Appel 2000: liefst rood en beetje zoet

De appel heeft het een beetje moeilijk. Ouderen kopen en eten ze nog geregeld, maar de jeugd is nauwelijks aan de appel te krijgen. En dat terwijl de beste kwaliteit in de vaderlandse schappen ligt.

Soms moet iemand nodig een appelgerecht maken uit een kookboek van 1930. Belangrijk ingrediënt: een kilo goudrenetten. Heeft de groentewinkel goudrenetten? Ja, hoor, zei de verkoopster, en stapte naar de kist waarin ze lagen.
Verrassing! Daar lagen rode goudrenetten. Donker rozerood. Wel met de bekende spikkels, maar niet meer bruinig groen. Goudrenetten waren altijd vooral groen, en als er al kleur verscheen, dan alleen een beetje bruinig rood.
Ze zijn er nog maar mondjesmaat, de goudrenetten. "Vroeger was goudrenet een topper", vertelt appelteler Kees van Ojen, die in Zoelen, hartje Betuwe, 15 ha.grond heeft. Hij teelt vooral Elstar, op 35.000 bomen van in de in totaal 45.000. Allemaal laag en betrekkelijk klein. Er komt jaarlijks zeshonderd ton fruit af. En dat wordt met de hand geplukt in oktober.
Van Ojen is een groot liefhebber van de Elstar en kan er lyrisch over praten. Hij noemt hem 'aromatisch, sprankelend in de mond, heel apart'. Maar hij geeft onmiddellijk toe: smaak is heel persoonlijk. En veranderlijk. De vroegere voorkeur voor een zurige appel is omgebogen naar zoeter. Bovendien is rood belangrijker geworden. Consumenten grijpen eerst naar rode, en veel minder naar gele of groene appels.
Zurig, dat was de goudrenet zeker. "Mensen kochten zelfs kistjes om te bewaren. Voor de appeltaart en de appelmoes", herinnert Van Ojen zich. Maar voor de meeste mensen is hij nu te zuur om zo te eten. Van Ojen is tussen de appels opgegroeid en weet er alles van. De donkere roodroze goudrenet is een 'mutant', nog steeds van hetzelfde ras, maar met net een andere eigenschap.
Hoe de smaak van mensen verandert, wordt zorgvuldig in de gaten gehouden. Consumenten krijgen stukjes appel te eten zonder te weten welke soort het is. Ze krijgen bestaande rassen, maar ook nieuwe. Bijna opgelucht constateert Van Ojen dat de elstar het nog steeds wint. "Jonagold is ook lekker, maar flauwer, zoeter. Uit die smaaktests trek je je conclusies. Als er een nieuw ras zou moeten komen, dan moet het toch richting Elstar gaan. De Elstar bestaat nu 25 jaar. Maar je weet het nooit precies. Smaak verandert en ook de smaak van de appel zelf kan op den duur anders worden."
Experts hebben niet alles in de hand; de natuur spreekt ook een woordje mee. Inspelen op verandering is moeilijk. Als een nieuw ras bij de smaaktests de voorkeur zou krijgen, dan duurt het toch nog gauw tien tot vijftien jaar voordat het als appel in de winkel ligt.
En dan nog: veel mensen hebben geen idee van al die namen. Als Van Ojen begint met opnoemen, duizelt het een buitenstaander al gauw. Ooit gehoord van een nieuwe goudrenet die bilar heet? Ook de Elstar is een kruising, van een golden delicious en een andere appel. Hij heeft inmiddels alweer broertjes gekregen, die van vliet en elshof heten. Maar ze liggen gewoon als Elstar in de winkel.
Het verschil kan 'm ook zitten in het vruchtvlees. De tegenwoordig veel verkochte jonagold is voortgekomen uit de allang verdwenen jonathan en alweer de golden delicious. En nu heb je ook een jonaprins en een jonagored.
Het oudje Cox orange pippin heeft nog steeds stand gehouden. Liefhebbers houden hem in de gaten, want hij is er maar heel even. Andere appels zijn compleet verdwenen.

Lombard calville, james grieve: als iemand ze al kende, is dat nu wel voorbij. James grieve was een echte zomerappel, zurig en kort houdbaar. Er staat nog een handjevol bomen in Nederland. Voor telers is dat niet interessant, omdat het publiek hem niet koopt. De lombard is helemaal weg, te gevoelig voor butsen, te moeilijk te bewaren. "Appels verdwijnen vaak, doordat de smaak van de mensen anders wordt", zegt Van Ojen.
Maar consumenten zijn zich daar vermoedelijk niet van bewust."In de winkel pakt men de appels die er het mooiste uitzien. Jammer is dat het daar in de supermarkten nogal eens aan mankeert. Die kopen niet het mooiste fruit, maar het goedkopere, en dan duurt het ook nog te lang, voordat dat in de winkel ligt. Als de keten tussen oogst en verkoop te lang wordt, gaat dat ten koste van de kwaliteit. Fruit is bederflijk en de consument stelt hoge eisen. Het behandelen luistert ook nauw. Gooien en smijten is uit den boze. Appels die vallen of te hardhandig worden behandeld, worden beurs. Dat zie je niet gelijk, maar ze krijgen bruine plekken."
De sector heeft inmiddels bezorgd vastgesteld dat de consumptie terugloopt. Het Productschap Tuinbouw houdt de cijfers bij door aan een consumentenpanel te vragen hoeveel men koopt. Dat bleek in 1995 nog bijna 31 kg. per huishouden per jaar te zijn, tegen vorig jaar ruim 27 kg. De telers willen dat uiteraard graag omkeren. Daarom wordt op bescheidenschaal aan promotie gedaan, via het Voorlichtingsbureau Groenten en Fruit. 'Nieuwe oogst, proef ze', staat er op de appelposter. Men wil de consument bij het kopen van appels het gevoel geven 'een nieuw vers geoogst product in handen te hebben'. En het is nog goedkoop ook. "Op dit moment is er in feite een fruitoverschot", stelt Van Ojen vast. "In Nederland kunnen we de markt bedienen, maar er komen natuurlijk ook appels uit het buitenland, en zelf exporteren we ook naar Duitsland, Engeland en Denemarken. Maar in Europa als geheel is er een te grote productie." Maar: "Als mensen per jaar een kilo fruit meer zouden eten, zeg maar vijf ... zes appels, dan zou er een tekort zijn. Zo nauw luistert dat. De vraag is natuurlijk: kunnen we dat opkrikken? Daarom zoeken we de jeugd op. Ouderen eten nog wel appels; die zijn het probleem niet. Maar jonge mensen! Hoe krijg je die aan de appel?" Het bijkomende effect van overproductie is overigens dat in Nederlandse winkels nu de beste kwaliteit ligt. "Die ging meestal naar het buitenland, maar als er zoveel aanvoer is, gaat de prijs omlaag, en ligt de beste kwaliteit ook hier in de schappen."

Appeltjes in de oven

Een eenvoudig nagerecht is het appeltje in de oven, gestoofd met vanillavla. Per persoon één appel, geen zure of keiharde soort gebruiken. Schil de appel en boor het klokhuis uit (daarvoor zijn handige appelboortjes te koop), laat de appel verder heel. Zet de appels in een ovenschaal, vul de uitholling (per appel) met een eetlepel suiker, een theelepel kaneel en een paar rozijntjes. Leg daar een klontje boter bovenop. Giet vanillevla in de schaal tot de appels tenminste voor de helft onderstaan. Zet de schaal ongeveer een halfuur in een oven van 160 graden (de duur is afhankelijk van de gebruikte soort). Prik even in de appel om te kijken of hij gaar is (vruchtvlees moet behoorlijk zacht zijn).
Serveer warm.

pomospost De "Fruitpers".

zaterdag 4 november
Nieuwsblad v/h Noorden.