'Appels uit de supermarkt smaken niet. Je ruikt ze niet eens.'

In Frederiksoord bevindt zich de boomgaard van de Noordelijke Pomologische Vereniging. Tal van bijzondere appelsoorten groeien hier aan de bomen. Maar de boomgaard wordt in zijn voortbestaan bedreigd. Subsidies zijn bijna op, dieven stelen appels. Leden van de vereniging zetten zich in om de gaarde te behouden. "Anders zou een wereld aan geur en smaak verloren gaan."

Het verhaal van de appel begon toen Adam en Eva in de giftige vrucht beten", grapt Frits Doornenbal. Hij neemt een flinke hap uit zijn appel. De vrucht komt voor in vele legendes en verhalen. Hoewel dat veelal mythen zijn van lang geleden, kunnen Frits Doornenbal en zijn kompaan Coen Ballintijn ook nu nog van een lekkere appel genieten. Het moet wel een aparte appel zijn, want het tweetal haalt de neus op voor appels van de supermarkt. "Die smaken nergens naar. Je ruikt ze niet eens", zegt Ballintijn met een vies gezicht. De meeste mensen zullen het verschil niet kennen, maar Ballintijn en Doornenbal hebben veel vergelijkingsmateriaal. Ze zijn lid van de Noordelijke Pomologische Vereniging. En met hen nog 500 fanatiekelingen. Gezamenlijk speuren ze stad en land af op zoek naar 'nieuwe' appelbomen. "We proberen oude vruchtenrassen in stand te houden. Na de oorlog is de fruitteelt in Nederland overgestapt op lage bomen. Dat had als voordeel dat je niet meer helemaal hoog de boom in hoefde te kleimmen om de vruchten te plukken. En het scheelde heel veel geld. Een groot nadeel was echter dat de lage bomen weinig verschillende soorten konden produceren. Vele rassen gingen verloren", legt Doornenbal uit. De doelstelling van de vereniging is dan ook om alle overgebleven rassen te verzamelen. "De genetische verscheidenheid vinden we heel belangrijk. het ene ras is resistent voor schurft, het andere voor kanker. Zo blijf je op zoek naar de perfecte appel. Als rassen verdwijnen, komen ze nooit meer terug, Dan zijn ze voor altijd verloren". Het liefst hebben ze alle rassen bij elkaar staan. En omdat te kunnen bereiken wordt het hele land afgespeurd. Daarbij worden soms opzienbarende ontdekkingen gedaan. Ergens in een boswal vonden we een kleine boom. Er zaten lekkere appeltjes aan, maar we weten nog steeds niet wat voor een ras het is", zegt Doornenbal enthousiast. Uiteindelijk belandde dit boompje samen met nog vele andere soorten in de boomgaard van de vereniging. Deze stond er niet gelijk met de oprichting van de vereniging, in 1988. "We begonnen met ongeveer dertig leden", vertelt Ballintijn. "Toen stonden er overal wat boompjes. Ieder lid had er wel een paar in de tuin staan." Na een paar jaar ontstond het idee voor een grote boomgaard. "We wisten ook anderen enthousiast te maken en tot onze verbazing kregen we op een

gegeven moment toestemming om deze boomgaard met acht hectare fruitbomen in Frederiksoord aan te leggen." Trots kijkt hij de boomgaard rond, en wijst de verschillende soorten aan. Rode, groene en gele appels. Dikke blauwe en kleine groene. Er hangt van alles aan de bomen en iedere soort heeft een ander verhaal." Alle leden waren dol enthousiast", vertelt Ballintijn over de begintijd van de boomgaard. " We kregen subsidie en hadden een overeenkomst met het Land van Weldadigheid. We zaten gebakken. Zij hadden tuinen, wij het fruit." Maar twee jaar geleden ontstonden de eerste problemen. Het geld van de subsidie begon op te raken en ook de overeenkomst met het Land van Weldadigheid verliep niet zo soepel. Er kwamen minder toeristen op de tuinen af dan gedacht en daarmee liepen ze inkomsten mis. "Misschien dat we volgend jaar een nieuwe subsidie krijgen, maar dat is niet zeker." Ballintijn maakt zich toch wel een beetje zorgen. "Als we geen geld meer krijgen, wordt het moeilijk om alles financieel rond te breien. We krijgen geld van de leden en sponsors, maar dat is niet genoeg. We zijn van plan om het fruit te gaan verkopen, en ook de producten die we ervan maken. Verder hebben we cd-roms laten branden met informatie over oude fruitrassen." Er bestaan dus wel wat alternatieve plannen. "Maar ik vraag me af of we ons op die manier financieel kunnen bedruipen. Het gaat misschien net. Vroeger stonden de boompjes bij de leden. Nu moeten we pacht betalen en het gras laten maaien. En we doen onderzoek. Dat kost veel geld." Dat is echter niet het enige probleem. "De laatste tijd hadden we veel last van mensen die clandestien fruit plukten. Dan kwamen we hier, en lagen er allemaal afgekloven klokhuizen op de grond. De bomen waren dan leeggeplunderd." Sinds twee dagen ligt er dan ook prikkeldraad rond de boomgaard om de doorgang te versperren. Ondanks de problemen, ziet het tweetal de toekomst redelijk zonnig tegemoet. "Ik denk dat we die subsidie nog wel krijgen", zegt Ballintijn. Hij neemt nog een flinke hap van zijn appel. "Het zou toch zonde zijn als al die verschillende soorten die we nu verzameld hebben, allemaal weg moeten vanwege geldgebrek? Er zou een wereld aan geur en smaakt verloren gaan."

MARTINE ZEIJLSTRA


C.M. Ballintijn (links) en F.P. Doornenbal bij een Dokkummer Nije appelboom in de
boomgaard van de Noordelijke Pomologische Vereniging in Frederiksoord.
pomospost De "Fruitpers".

vrijdag 25 augustus 2000
Nieuwsblad v/h Noorden