| 'Chemisch
spuiten doe ik niet zo wil ik niet leven'
Kweker Harrie van Noort
uit Wapserveen alle dagen in touw met zijn fruit. Vier hectare grasland, omzoomd
door houtwallen, aan de rand van Wapserveen. Dat is het bedrijfsterrein van vruchtbomen-
en bessenkweker Harrie van Noort. Hij werkt uit overtuiging biologisch - dynamisch.
Omdat november plantmaand bij uitstek is, is hij vorige week vrijdag met de verkoop
begonnen. Klanten komen uit heel Nederland. "Ik denk dat mensen graag kopen op
een plek waar ze er ook iets over verteld krijgen." |
| Door
Martin Vlaanderen.
WAPSERVEEN. Harrie van Noort
(51) werkt in zijn eentje op 'De Vrolijke Noot', zoals zijn kweekbedrijf heet.
Terwijl hij er rondloopt en vertelt, geniet hij zichtbaar van de roodgele herfstzweem
van honderden bessenstruiken. "In Amerika noemen ze dit seizoen Indian summer.
Veel bomen daar, zoals de Amerikaanse eik, de esdoorn en het krentenboompje, kleuren
in de herfst prachtig geel en fel rood. Kleuren die de indianen inspireerden en
veel gebruikten."
Al sinds 1979 zit hij op hetzelfde stekkie. Met veel plezier. Met als onderkomen
een schaftkeet op wielen. Ooit hoopt Van Noort, die een paar kilometer verderop
in het dorp woont, nog eens een winkelruimte te kunnen bouwen op zijn grond.
Hij komt oorspronkelijk uit Wassenaar waar zijn vader een groente- en fruitwinkel
had. En een stuk grond voor aardbeien en zwarte bessen, "Thuis ben ik volgestopt
met fruit. Alles waar een plekje op zat, was voor ons. Ik ging vaak met m'n vader
mee naar zijn land, maar ik heb daar erg weinig gedaan. De interesse kwam pas
toen ik pedagogiek ging studeren in Leiden. Om wat bij te verdienen, werkte ik
bij een groentekweker. Dat sprak me heel erg aan. Dat die man met de kweek van
tomaten, snijbonen en andijvie z'n geld kon verdienen. Zoiets wilde ik ook. Die
studie was me te theoretisch."
Hij stapte al gauw over naar de land- en tuinbouwschool in Kerk-Avezaath in de
Betuwe. In die tijd verzorgde hij in de omgeving tevens een hoogstamboomgaard.
"Daar heb ik veel geleerd over snoeien. In de derde klas kwamen leerlingen
naar mijn boomgaard om dat te leren."
Het kweken van vruchtbomen leerde hij na zijn schooltijd bij een bedrijf in Brabant.
Hij werkte ook nog twee jaar bij een boomkweker in Scheerwolde en begon daarna
als 28- jarige voor zichzelf in Wapserveen, waar hij inmid-dels woonde.
De boomkwekerij, gelegen op een wat hogere en daardoor droge zandkop in het veld,
is steeds groter geworden. "Elk jaar kweek ik zo'n tweeduizend fruitbomen
en struiken op. Ook druiven. Je bent er het hele jaar mee bezig. In juli en augustus
de pluk van de bessen. Dan de verkoop, het stekken, uitplanten en aanbinden van
bomen. En uiteraard het schoffelen en wieden."
Van Noort gebruikt geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen. "Uit
overtuiging niet. Bij die vruchtbomenkweker in Brabant |
waar
ik werkte, werd elke bedreiging chemisch bestreden. Als je daar dan was, werd
je huid plakkerig. Je kreeg een vieze smaak op je lippen. Het spul doodt alles
wat op de boom leeft en tevens het bodemleven. Zo'n boom leeft samen met insecten
en schimmels. Door schadelijke insecten en schimmels te doden, dood je ook de
goede. Je vernietigt een stuk biotoop, een subtiel en dynamisch proces."
Dat is niet zijn stijl, daarin heeft Van Noort geen plezier. "Je ziet het
wel overal gebeuren. Mensen letten er overigens wel steeds meer op wanneer het
om voeding gaat. Maar wat er in de boom- en sierteelt gebeurt, interesseert ze
minder. Een bosje bloemen of een boom eet je immers niet. Terwijl de daarbij gebruikte
bestrijdingsmiddelen wel in de bodem en het grondwater terecht komen."
"Doordat ik niet spuit, leggen hier diverse bomen het loodje. Maar ik pretendeer
dat de bomen die het overleven een groter weerstandsvermogen hebben opgebouwd.
En door het kweken weet ik inmiddels wel welke soorten vrijwel probleemloos zijn
te houden. Populaire appels als Elstar en Jonagold zijn bijvoorbeeld erg gevoelig
voor schuift en vruchtboomkanker."
Dan weet Van Nooit wel wat beters. Hij loopt naar een paar kisten met appels.
"Kijk hier: Lunterse Pippeling, Bramley's Seedling, Groninger Kroon, Dubbele
Bellefleur en Lemoenappel. Sterke appels die door een particulier goed zijn te
houden. Een appelboom als de Pippeling draagt heel gemakkelijk vruchten. En op
wat nattere en zure grond zou ik de Bramley's Seedling adviseren, hoewel appels
in het algemeen een hekel hebben aan natte voeten."
Harrie van Noort koestert zijn vruchten en bomen als waren het couveusekindjes.
|