| "Voor
mij is het een uitdaging om jarenlang verwaarloosde bomen weer blijvend vrucht
te laten dragen. Dat kun je doen door ze zo te snoeien dat hun vroegere vorm weer
terug komt. Soms moet dat drastisch. Ik weet hoe ik een boom helemaal moet afbreken
om hem weer opnieuw op te bouwen. Maar je moet wel je verstand en je gevoel gebruiken.
Want een boom is een levend wezen, dat de groei uit zijn wortels kwijt moet kunnen
in zijn takken. Als die boom het eenmaal goed voor mekaar heeft, heb ik 't ook
goed voor mekaar. En als ik daar dan ook nog een redelijke boterham aan kan verdienen...
Negen jaar terug ben ik voor mezelf begonnen. Er kwam steeds meer vraag naar onderhoud
van hoogstambomen. De 'import' kocht oude boerderijtjes met dertig of veertig
hoog-stammen erbij en zochten iemand voor de snoei. En ik kan nou eenmaal moeilijk
'nee' zeggen... Alleen de afzet van het fruit kreeg ik niet rond. De gangbare
veiling gaf vier dubbeltjes voor een kilo. Daar kan je het fruit moeilijk voor
plukken.
In 1996 vroeg Karel Beckers me als praktijkleider voor zijn project Hoogstamfruit
Rivierenland. Hij wist wel raad met de afzet, op voorwaarde dat het fruit biologisch
zou worden geteeld. Zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Ik mag alleen met
zwavel spuiten. Dat zag ik wel zitten. Ik heb ook wel eens op een spuit gezeten,
toen nog zonder luchtdichte cabine en zonder masker, en het vaak benauwd gehad.
Het leek me een uitdaging om het zonder te doen.
Nu heb ik via het project 2½ ha. hoogstam vast in pacht. Daar staan hoofdzakelijk
groene en blonde Goudrenetten op. Verder heb ik er Sterappels, IJs-bouten, Conferences,
Franse en Zwijndrechtse wijnperen, Manks enYellows. St. Remy is de belangrijkste
peer. Daarnaast heb ik nog een halve hectare Goudrenetten. Behalve mijn gepachte
percelen leid ik ook het onderhoud in de boomgaarden van andere eigenaars die
aan het project meedoen. Zo krijgen we van een perceel van bijna 6 ha. in Deil
het vruchtgebruik in ruil voor het onderhoud.
De reacties uit mijn omgeving zijn wisselend. Sommigen vinden het maar onzin,
die hoge, ouwe bomen en die biologische teelt. Ze denken dat alles zwart ziet
van de schurft, dat we heel veel zwavel spuiten en dat het niks oplevert. Dan
laat ik ze vruchten zien, waar geen spatje schurft op zit. Gewoon door open te
snoeien, zodat de peren vrij hangen en na een regenbui snel opdrogen. Als ik toch een keer met zwavel moet spuiten, is mijn gangbare
buurman al drie keer bezig geweest met minder onschuldige middelen.
|
Verder vinden
onze klanten een klein spatschurftje ook nog niet erg. Zo'n appel eten ze gewoon
op. Daarom hebben we minder uitval bij het sorteren. En wat niet door kan als
handfruit, kan in het pure sap, waar veel vraag naar is. Zelfs voor ons valfruit
krijgen we 40 tot 50 cent per kilo. Dat krijgt een gangbare teler voor zijn goede
appels. Daarom krijg ik ook goede reacties. De Nederlandse Fruittelersorganisatie
neemt de biologische hoogstamteelt tegenwoordig serieus en de jeugd heeft interesse.
Dat is belangrijk, omdat een aangeplante hoogstamboom pas na tien tot vijftien
jaar goed vrucht draagt. Van nieuwe mensen met kennis en interesse, die niet vies
zijn van hard werken, hangt het behoud van de hoogstamcultuur af. Zulke mensen
kunnen we nog wel gebruiken.
Fruitteler Berend Nijmeijer knapt al jaren voor zijn plezier oude hoogstam boomgaarden
in de Betuwe op.
Zelf wil ik in de toekomst
hoogstammen blijven snoeien en plukken. Daarnaast wil ik een eigen boomkwekerij
bij het project. Verder staan een koel- en sorteerruimte op mijn verlanglijstje.
En natuurlijk een eigen boomgaard. Vertrouwen heb ik er wel in. Ik weet dat ik
een goed product kan telen en daarmee op een normale manier mijn brood kan verdienen." |