'Knipboom' en 3K-boom: de wonderbomen van Fleuren
Limburgse vruchtboomkwekerij viert in najaar 75-jarig bestaan.

Fleuren 75 jaar

In 1922 begon Henri Fleuren, zoon van een bakker, een boomkwekerij in Baarlo, Noord-Limburg. Zijn zoon Karel is sinds 1972 eigenaar/directeur. Behalve de vruchtboomkwekerij is er een proefbedrijf in Helden (L) van 10 ha., waar Fleuren zijn nieuwe ontwikkelingen toetst en fruittelers de laatste stand van zaken laat zien op het gebied van rassen, onderstammen, boomvormen en plantsystemen. Jaarlijks bezoeken meer dan tweeduizend vakmensen het proefbedrijf, onder meer tijdens de open dagen, die altijd het laatste weekeinde in augustus plaatsvinden. De derde poot aan het bedrijf is een productieboomgaard van 7 ha. Nieuw is de vorig jaar aangeplante 3 ha. met 61 schurft- en meeldauwresistente rassen. Totaal beslaat de kwekerij 100 ha.; veertig medewerkers houden het geheel draaiende. Dit najaar viert het bedrijf het 75-jarig bestaan.

Vruchtboomkweker Karel Fleuren staat bij velen bekend als 'anders dan anderen'. Voor het bedenken en ontwikkelen van boomvormen en bijbehorende plantsystemen werd Fleuren afgelopen jaar genomineerd voor de Nationale Tuin-bouwondememersprijs. Al kreeg hij de prijs uiteindelijk niet, reden voor een feest is er toch: het bedrijf bestaat dit jaar driekwart eeuw.

Karel Fleuren was in 1974 nog maar twee jaar eigenaar/directeur van de vruchtboomkwekerij die zijn vader Henri Fleuren in het Limburgse Baarlo ooit begon, toen hij zijn 'knipboom' introduceerde. In plaats van over knipboom spreekt Fleuren zelf overigens liever van een tweejarige boom met een eenjarige kroon. Fleurens vondst betekende een totaal andere benadering van de tot dan heersende boomvorm in appeltelend Nederland. Fruittelers plantten toen gewoonlijk één- en tweejarige klassiek gegroeide bomen. Maar Fleuren knipte zijn bomen na het eerste jaar sterk terug. Zodoende ontstond aan het eind van het tweede groeiseizoen een boom met een eenjarige kroon en een natuurlijke, vlakke inplanting van de zijtakken. De fruitteler hoefde nu na het planten zelf niet direct in te snoeien of takken uit te buigen voor een eerdere en goede productie.

Meer bomen per hectare
Bij de oorspronkelijke tweejarige boom stonden de takken vaak te steil ingeplant. De fruitteler nam die met snoeien weg en had pas het jaar daarop een boom met voldoende horizontale takken, die gemakkelijker vrucht dragen. De knipbomen werden ook dichter op elkaar geplant dan destijds gangbaar was. De afstand op de rij werd 90-125 cm. Dat betekende meer bomen per hectare en daardoor een hogere productie in de eerste jaren.
Hoewel Fleuren duidelijk voor ogen stond wat hij wilde bereiken -een boom die eerder vruchtdraagt en minder arbeid vergt - duurde het nog een aantal jaren voor de telers inzagen welk profijt zij uit zo'n boom konden trekken. Ook een organisatie als de NAK-B, die bomen keurt op kwaliteit, had moeite met dit nieuwe boomtype. De NAK-B had een duidelijke omschrijving waaraan een boom uiterlijk moet voldoen om een A- of B-boom te zijn. De knipboom viel echter buiten de bestaande kwaliteitseisen. Die werden pas een paar jaar later aangepast.

Geen patent
Uiteindelijk werd de knipboom een wereldwijd succes, tot in Rusland en China toe. In nagenoeg alle fruittelende landen komt deze boom op kleine of grote schaal voor. "Maar de meeste knipbomen zie toch je in West-Europa", vertelt Fleuren, "want voor veel landen is een tweejarige boom te duur in aanschaf en die planten daarom een eenjarige."

Op het boomtype is nooit patent aangevraagd. "Als veel telers een boomtype oppakken, is dat het bewijs dat het niet slecht is. Als het de fruittelers goed gaat, heeft dat zijn weerslag op de boomkwekers en is er brood te verdienen." Toch duurde het nog tot 1982 voor de grote doorbraak voor de knipboom kwam: de vraag werd groter dan ons aanbod. Fleuren: "We produceerden toen driehonderdduizend knipbomen. Nu worden ze over de hele wereld gemaakt."

3K: kilo's, kleur, kwaliteit
Inmiddels is de opvolger van de knipboom, de zogenoemde 3K-boom, op de markt verschenen. De K's staan voor kilo, kleur en kwaliteit.

Midden jaren tachtig begon Fleuren bij appels en peren met dit type boom. Sinds drie jaar zijn daar de kersen bijgekomen. En de pruimen staan in de startblokken. "Het is een generatieve en sterke drie- of vierjarige boom, die bij het planten vol bloemknoppen zit en het eerste jaar al volop vrucht draagt", licht Fleuren toe. Opvallend is het bijbehorende plantsysteem.

De bomen staan in ruggen op de grond in plaats van erin. De plantafstand in de rij is 40 tot 70 cm en de bomen laat men maximaal twee meter hoog worden. Fleuren: "Dat betekent optimale belichting en eenvoudige arbeid. Snoeien kan zelfs machinaal. En ook het plukken gaat sneller, want alle fruit hangt aan de buitenkant van de boom."

'Grondziekte'
Naast een eigen visie op bomen heeft Fleuren die ook op de situatie in de Nederlandse fruitteelt,

De nieuwe 3K-boom (het ras Pinova) van Karel Fleuren staat voor kleur, kwaliteit en kilo's. Dé manier dus om met minder hectares meer te verdienen.

zijn voedingsbodem. "Als er geld genoeg is, ontbreekt de noodzaak om nieuwe wegen in te slaan. Nu het slecht gaat, zoek je mogelijkheden om te overleven. Het gebrek aan grond is ook een inspiratie. Met intensieve beplantingen kan een teler in plaats van met vijftien hectare ook met de helft toe. Het is bovendien makkelijker de oogst veilig te stellen, omdat aanleggen van nachtvorstberegening eerder haalbaar is op kleine schaal. In Nederland is grond niet echt schaars, tenminste als je kijkt naar de plannen in Groningen om een deel onder water te zetten, maar agrariërs hebben een soort grondziekte en vechten om die van de buurman."

Bewuste keuze
In Zuid-Tirol onderschrijven ze de filosofie van de intensieve beplantingen vanaf het begin. In dit grootste aaneengesloten fruitgebied van de wereld (16.000 ha) zijn de bedrijven klein, gemiddeld drie tot vier ha. De grond is duur, ca. ƒ100.000, per ha en zelden te koop. Een gebied waar Fleuren volop in de belangstelling staat en waar hij veel bomen levert. Opvallend is dat in Nederland veelal oudere telers het systeem van de intensieve beplanting toepassen. Wellicht zien zij door hun ervaring eerder de haalbaarheid en mogelijkheden. Jonge telers noemen vaak de kosten als bezwaar. De stichtingskosten per hectare zijn inderdaad hoger, en in het verleden zijn er veel problemen geweest met dichte beplantingen in drie- en meerrijensystemen. Ook gezien de milieueisen is een enkelerij-systeem wenselijk. Het sluit aan bij Fleurens beeld van moderne fruitteelt.

Voorlichters over de knipboom
DLV'er WimVan Rooijen: "De knipboom is een van de beste uitvindingen in de vruchtboomkwekerij en betekent een absolute stap vooruit. Nederlandse telers hadden weinig kritiek toen deze boom op de markt kwam; die zagen al snel de voordelen."
FAT-voorlichter Jan Houter:
"De opkomst van de knipboom liep parallel met het zoeken naar intensievere plantsystemen. Het bleek een heel goed bruikbare boom, die precies in deze nieuwe ontwikkeling paste."

pomospost De "Fruitpers".


12 september 1997
Oogst.