| Een appeltje voor de dorst.
Comtesse de Paris, Princesse Noble, Sijden hemdje; al deze oude fruitrassen zijn te vinden in museumtuin ‘t Olde Ras in Doesburg. Wie door de tuin loopt, kan bijna niet anders dan likkebaarden, want er zijn genoeg appeltjes voor de dorst. Zeker vijftienhonderd appelrassen bloeien en groeien er. Evenals vierhonderd perenrassen, zeventig pruimenrassen en honderd kersenrassen. Om van de bessen, mispels, moerbeien, kweeperen, Japanse peren, abrikozen, perziken en amandelen maar niet te spreken. |
Museumtuin.
“Het idee voor een museumtuin leefde al langer bij een aantal enthousiaste mensen uit Doesburg en omgeving. We wilden behoeden dat fruitbomen van allerlei oude rassen verloren gaan”, vertelt Bennie Giessen, beheerder van de museumtuin. En zo werd zes jaar geleden een stichting in het leven geroepen, sponsors gevonden en met de inzet van een tiental vrijwilligers — waaronder Giessen — kwam even buiten de vroegere vestingwallen van het oude stadje de museumtuin van de grond. Op de 1½ ha. grond van de museumtuin staan nu zo’n dertienhonderd rassen en tweeduizend bomen. Een aantal bomen draagt keurige naamplaatjes waarop de meest wonderlijke namen prijken zoals ‘Kantjesappel’, ‘Enkele griet’, ‘Calebasse de Tirlemont’ en ‘Mooie Neeltje’, een Juttepeer die al in 1700 bekend was.
Hoerepeer.
Een van Giessens trotse aanwinsten is de ‘Api étoile’. “Dit is een zeer oud appelras, al in de Romeinse tijd bekend”, zegt hij. En met een ondeugende blik vertrouwt hij me toe dat er zelfs een ‘Hoerepeer’ bestaat. Waarom die peer deze naam verdient? Het fijne weet hij er ook niet van. “Zo staat het in in het pomologische handboek. En als bijnaam staat er vermeld: hoe langer, hoe liever”, zegt hij lachend. Giessen laat zien dat rondom de tuin een haag is aangelegd met leibomen van het Sterappeltje. “Het staat mooier en komt nostalgisch over. Vaak als mensen aan een oud appelras denken, noemen ze deze of de Notarisappel.”
Geënt.
Het museum krijgt bomen van mensen die een bijzondere of zeer oude fruitboom hebben. Wie een bijzondere appel of peer in zijn tuin denkt te hebben, maar de naam niet weet, kan appels of peren, minstens vijf volgroeide vruchten, |
opsturen naar de stichting. Daar worden ze, zo mogelijk, gedetermineerd en de eigenaar krijgt de naam toegezonden. “Als de boom de moeite waard is, wordt een scheut van de tak geënt. Daarvan worden nieuwe boompjes gekweekt, waarvan de goede gever een exemplaar kan krijgen.” Verder zijn de bomen voor iedereen te koop.
Proeven.
Giessen en de andere vrijwilligers doen er alles aan om de fruitcultuur te behouden en te stimuleren. “We organiseren bijvoorbeeld tentoonstellingen of demonstraties. Een van de hoogtepunten is de fruittentoonstelling op de tweede weekend in november met fruit van zo’n honderden fruitrassen. Vele rassen zijn te koop en te proeven. Ook zijn er allerlei demonstraties als manden vlechten, fruit- en bloemen schilderen, entdemonstraties en sap maken,” Vanaf volgend jaar hoopt Giessen de tentoonstelling in de eigen tuin te houden. Op het eigen terrein is bovendien al wat te bekijken, want vrijwilligers hebben eigenhandig een gebouwtje annex tentoonstellingsruimte neergezet met allerlei voorwerpen en machines over de fruitcultuur. De verzameling bestaat nu uit een oude sorteermachine, een tonspuit uit de jaren dertig -ook toen werd er al gespoten- oude werktuigen, dito veilingkistjes en plukmanden. Maar er kan nog veel meer bij.
Liet Hoitink

|