Hoogstamboomgaard ROOIT HET WEL

Bijna hadden we een gaaf stuk groene cultuurhistorie uit ons landschap gesneden, en daarmee ook een kleurrijk leefmilieu voor plant en dier. Net op tijd is het tij gekeerd: de hoogstamboomgaard mag blijven.

Maastricht wordt wakker in zilver licht. De lente gloeit op oude stadsmuren, tegen gevels, op balkons waar huisvrouwen de lakens kloppen. Bij restaurants met deftige namen als De Gijsbrecht en Ie Beaumont staan de terrasstoelen opgestapeld, glinsterend van morgendauw. Terwijl de zondagsnevels opdampen, slingeren de eerste groepjes wielrenners kleurig door het mergelland. Na de koffie volgen andere fietsers: Hollanders op bloesemtocht.

BAKKESEN
Nergens is de witroze voorjaarspracht zo feeëriek als rond de Limburgse beekdalen. Tienduizenden dagjespelgrims komen als bijen op de bloesemgeur af. Voor wie slecht ter been is of verstokt benzinesnuiver, zijn autoroutes uitgezet. Buitentypes kunnen kiezen uit de fiets of de benenwagen. Toch had het weinig gescheeld of Limburg had de glans uit haar landschap gepoetst. Oorzaak: de bijna-teloorgang van de hoogstambongerd.
Al in de middeleeuwen hadden kloosters en kastelen een eigen fruittuin achter de muren. Van de oogst maakte men sap en natuurlijk vulling voor de traditionele kermisvlaai, gebakken in kleine bakhuizen (bakkesen) op de boeren hofsteden. Minstens honderd rassen appels, peren en kersen telde de streek.
Het hoogtepunt kwam na de oorlog. Onder meer als gevolg van de groeiende gezond-consumptie in het Roergebied, verdubbelde het Limburgse areaal fruitteelt 'op hoogstam'. In 1950 besloegen de hoogstamgalerijen circa 15.000 hectaren. Elk dorp werd omgeven door een geurige gordel. Onder de bomen maaide de veestapel het gras. Zangvogeltjes nestelden in de meidoornhagen. De vlaai kon niet op. Maar in 1989 was het oppervlak eerbiedwaardige bongerds tot slechts 1.900 hectare teruggesnoeid.
Wat bleek? Europa had de hoogstam in- en neergehaald. Concurrentie met Italië en Frankrijk en het toenmalige EEG-landbouw-beleid dwongen Nederland tot bulkproductie. De onhandige hoogstam, die veel plaats innam en waar je je bij het plukken met een ladder in moest wurmen, was eensklaps deernis-wekkend inefficiënt. 'Het Rijk en de EEG verstrekten rooipremies aan boeren die overgingen op vee of laagstamteelt', vertelt Gert van Elk van de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL). Ook wegenaanleg, nieuwbouwwijken en industrieterreinen eisten zware tol. Talloze oude rassen - elk omgeven met verhalen en culinaire tradities - verdwenen uit de roulatie. De fruitige biodiversiteit kwam in het gedrang.
De intensief bewerkte en bespoten laag-stamplantages waren bovendien geen aanwinst voor het milieu en de natuur. Ga twee uur in een hoogstamboomweide zitten en kijk. Rond de pinksterbloemen en de heg dwarrelen vlinders als oranjetipje en landkaartje, die lange tijd zeldzaam waren in Nederland. Tussen de wortels wemelt het van holletjes. Daar wonen, naast gewone veldmuizen, bosspitsmuizen en zuidelijke klanten als de hazelmuis. Wezels, hermelijnen en boommarters zoeken op hun beurt zulke prooiparadijzen op. Evenals trouwens de steenuil, die tot onze bedreigde vogelsoorten hoort. Steenuilen nestelen graag in oude, holle fruitbomen, niet zelden in gezelschap van diverse vleermuissoorten. De bejaarde stammen zelf vormen een voedingsbodem voor korstmossen, die elders door luchtvervuiling zijn weggepest.
De schaarse kramsvogel blijkt in Limburg eveneens vaak op hoogstam te huizen. Minder populair zijn de spreeuwenzwermen: 'spreeuwenheuen' is voor elke fruitteler een jaarlijks terugkerende vloek. 'Ook hier zijn we niet blij mee', bekent Gerd Prints naast het zoveelste gat in de berm. 'Hier zitten woelratten en die knagen de boomwortels kapot.' Frints is, behalve een oude rot in het telersvak, ook hoogstamgids. Elk voorjaar verzorgen natuurgidsen drukbezochte bloesemwandelingen. Achter Eckelrade ruiken we aan peren-, kersen-, pruimen- en vooral veel appelbloesems. Kleurrijke appelnamen als Grijze rabouw, Gronsvelder Klumpke, Ossenkop en Oude wijven rollen over Frints lippen. Kersen als Luiker loenen en Puttersdikke mogen er ook wezen, maar wie kent ze nog? De Reine Claudepruim schijnt al door de Romeinen te zijn meegebracht.
Frints vertelt over de ' weekeinders', hele families die in het plukseizoen naar de bongerds kwamen om elkaar bij de oogst te helpen. Geroutineerd demonstreert hij de principes van het enten, en van het neerbinden van takken in gunstige groeivorm. Soms komt hij in streektaal een kennis tegen. Verdwaald tussen de daarbij rondfladderende half Duits-Vlaamse klanken kijken wij nit-wits elkaar verlegen aan.

DSM-PRUIMEN
Frints' les-uitjes passen in een vasthoudende campagne die de hoogstam voor Limburg moet veiligstellen. Het initiatief kwam eind jaren tachtig van de IKL. Veel Limburgers ging de verschraling van hun jeugdlandschap aan het hart. Om de genetische schatkamer van

de oude hoogstamteelt te behouden, bedacht de IKL een tweesporenstrategie. Enerzijds moesten oude, verwaarloosde boomgaarden worden opgeknapt, anderzijds diende er nieuwe, goed beheerde aanplant te komen. Het reddingsplan sloeg aan. Honderden vrijwilligers doen inmiddels elk jaar het veldwerk. Ze onderhouden bestaande bongerds en leggen nieuwe aan. De provincie tastte in de buidel voor gereedschap, aankoop van bomen en voorlichtingsmateriaal. Ook Limburgse bedrijven als de Brand bierbrouwerij, chemieconcern DSM en de grote regionale dagbladen lieten zich in de oofthausse meevoeren. Aan originaliteit geen gebrek bij de IKL. Aanknopend bij het bestaande bloe-semtoerisme kwamen er gidsjes met speciale hoogstamroutes. Beroeps- en amateurtelers spijkeren op cursussen hun hoogstamkennis bij. Iedereen mag fruitbomen adopteren. Veel commerciële toekomst ziet niemand voor de hoogstam weggelegd.
Van oudsher was het al een kwestie van huisteelt. De grote verscheidenheid betekende per ras een beperkte oogst. Voor de groothandel zijn alleen seizoenspecialiteiten als kersen interessant. Bij appels en peren heeft een handvol frissappige standaardrassen de markt gemonopoliseerd. Toch blikt IKL-voorlichter Van Elk terug op een fraai succes. In zeven jaar tijd zijn elfhonderd vervallen boomgaarden opgeknapt. Ruim duizend mensen hebben cursussen gevolgd en in totaal zijn 12.200 jonge hoogstambomen aangeplant: 'Honderdtwintig voetbalvelden vol.' Tientallen gemeenten betalen tegenwoordig onderhouds-premies aan hoogstameigenaren. De bijna vergeten sterappel ligt weer in de schappen.
En: de Limburgse campagne kreeg een landelijk vervolg. 'Houd de Bongerds Hoog' heet die actie. Aangezien de hoogstam ook elders voortijdig aan de zaag ten prooi valt, lanceerde Landschapsbeheer Nederland (het samenwerkingsverband van alle provinciale Stichtingen voor Landschapsbeheer) in 1995 een nationaal tweejarig reddingsoffensief. Publiciteit, vakcursussen en open dagen moesten het publiek opschudden. Overal namen vrijwilligers de snoeizaag ter hand. Niet alleen hoopten de hoogstamliefhebbers bestaande gaarden te redden, ze wilden ook hobbyboeren en tuineigenaren, net als vroeger, tot thuisfruit bekeren. 'De respons was boven verwachting', meldt projectmedewerker Sjaak van 't Hof. 'We dachten elfhonderd nieuwe bomen te planten. Dat werden er 4.552. In plaats van elfhonderd zijn er 10.558 verwaarloosde bomen bijgesnoeid. En niet honderdtien, maar 1.017 mensen volgden een cursus.

OPENBARE BOOMGAARD
Nog altijd verdwijnen veel oude gaarden, klaagt de IKL. Hoewel de provinciale bijdragen zijn afgebouwd gaat de Limburgse campagne daarom toch door. Het is jammer dat niet ook Landschapsbeheer Nederland doordrukt. Een wereldmarkt voor vers hoogstamfruit moge dan niet in het verschiet liggen, toch liggen er kansen. Sommige rassen (de Ingrid Marie en enkele Franse en oude Russische typen bijvoorbeeld) worden bij het Wageningse Centrum voor Plantveredelings- en Reproductie-onderzoek CPRO meegekruist in de commerciële veredeling omdat ze schurftresistenties of andere bruikbare genetische eigenschappen hebben. En vanwege de milieusparende teelt groeit bij kleinere sap- en stroopverwerkende bedrijven de belangstelling voor hoogstamfruit. Gretige afnemers zijn al de Limburgse ' wijngilden' van amateurwijnmakers. Hotel Kasteel Valsbroek bij Vaals heeft een openbare boomgaard aangeplant met honderdvijftig culinair interessante rassen. Bordjes op de stam vermelden rasnaam en keukenhistorie van elke soort. Dit jaar kunnen de tafelgasten zich eraan rond eten. Tel daarbij op dat ook in België reddingsacties op touw worden gezet, en de conclusie is duidelijk: een beetje aandringen en de hoogstam rooit het wel.

Limburgse rassen en excursies
IKL, Postbus 154, 6040 AD ROERMOND,
tel. (0475) 35 20 00

Bloesemroute-beschrijvingen
Te koop bij elke boekhandel en vvv in Limburg

Bongerds Hoog'
Landschapsbeheer Nederland Postbus 12048,
3501 AA UTRECHT, tel. (030) 234 07 77

Adressen voor aanschaf
hoogstamfruitbomen via
o IKL, Roermond (Gert van Elk)
o Noordelijke Pomologische Vereniging,
Sluisstraat 165, 9406 AK ASSEN, tel. (0592) 35 52 21

pomospost De "Fruitpers".

juni 1997
Arts & Auto.