Liefst rood en een beetje zoet.

De appel heeft het een beetje moeilijk. Ouderen kopen en eten ze nog geregeld, maar de jeugd is nauwelijks aan de appel te krijgen. En dat terwijl de beste kwaliteit in de vaderlandse schappen ligt.

Vroeger hadden de mensen een voorkeur voor zurige appels. Maar tegenwoordig is zoet in. Dat is ook de reden waarom de goudrenet, een zurige appel, er nog maar mondjesmaat is. Ook de kleur van de appel is tegenwoordig van belang. Consumenten grijpen eerst naar rode en veel minder naar gele of groene appels. Daarom is bijvoorbeeld de goudrenet van tint veranderd. Tegenwoordig is ie donker rozerood van kleur. ,,Een mutant,” vertelt appelteler Kees van Ojen, die in Zoelen, hartje Betuwe, 15 ha. grond heeft. De hedendaagse goudrenet is nog steeds van het zelfde ras, maar met net een ander eigenschapje. Hoe de smaak van mensen verandert, wordt zorgvuldig in de gaten gehouden. Consumenten krijgen stukjes appel te eten zonder te weten welke soort het is. Ze krijgen bestaande rassen, maar ook nieuwe. Bijna opgelucht constateert Van Ojen dat de elstar - dle hij zelf vooral teelt - het nog steeds wint. ,,Jonagolds ook lekker, maar flauwer, zoeter. Uit die smaaktests trek je je conclusies. Als er een nieuw ras zou moeten komen, dan moet het toch richting elstar gaan. De elstar bestaat nu 25 jaar. Maar je weet het nooit precies. Smaak verandert en ook de smaak van de appel zelf kan op den duur anders worden.” Experts hebben niet alles In de hand; de natuur spreekt ook een woordje mee. Inspelen op verandering is moeilijk. Als een nieuw ras bij de smaaktests de voorkeur zou krijgen, duurt het toch nog gauw tien tot vijftien jaar voordat het als appel in de winkel ligt. En dan nog: veel mensen hebben geen idee van al die namen. Als Van Ojen begint met opnoemen, duizelt het een buitenstaander al gauw. Ooit gehoord van een nieuwe goudrenet die bilar heet? Ook de elstar is een kruising, van een golden delicious en een andere appel. Hij heeft inmiddels alweer broertjes gekregen, die van vliet. en elshof heten. Maar ze liggen gewoon als elstar in de winkel. Het verschil kan ‘m ook zitten in het vruchtvlees. De tegenwoordig veel verkochte jonagold is voortgekomen uit de allang verdwenen jonathan en alweer de golden delicious. En nu heb je ook een jonaprins en een jonagored. Het oudje cox orange pippin heeft nog steeds stand gehouden.

Liefhebbers houden hem in de gaten, want hij is er maar heel even. Andere appels zijn compleet verdwenen. Lombard calville, james grieve: als iemand ze al kende, is dat nu wel voorbij. James grieve was een echte zomerappel, zurig en kort houdbaar. Er staat nog een handjevol bomen in Nederland. Voor telers is dat niet interessant, omdat het publiek hem niet koopt. De lombard is helemaal weg, te gevoelig voor butsen, te moeilijk te bewaren. ,,Appels verdwijnen vaak, doordat de smaak van de mensen anders wordt,” zegt Van Ojen. Maar consumenten zijn zich daar vermoedelijk niet van bewust. ,,ln de winkel pakt men de appels die er het mooiste uitzien. Jammer is dat het daar in de supermarkten nogal eens aan mankeert. Die kopen niet het mooiste fruit, maar het goedkopere, en dan duurt het ook nog te lang, voordat dat het in de winkel ligt. Als de keten tussen oogst en verkoop te lang wordt gaat dat ten koste van de kwaliteit. Fruit is bederflijk en de consument stelt hoge eisen. Het behandelen luistert ook nauw. Gooien en smijten is uit den boze. Appels die vallen of te hard- handig worden behandeld, worden beurs. Dat zie je niet gelijk, maar ze krijgen bruine plekken.” De sector heeft inmiddels bezorgd vastgesteld dat de consumptie terugloopt. Het Productschap Tuinbouw houdt de cijfers bij door aan een consumentenpanel te vragen hoeveel men koopt Dat bleek in 1995 nog bijna 3l kg per huishouden per jaar te zijn, tegen vorig jaar ruim 21 kg. De telers willen dat uiteraard graag omkeren. Daarom wordt op bescheiden schaal aan promotie gedaan, via het Voorlichtingsbureau Groenten en Fruit. ‘Nieuwe oogst, proef ze’, staat er op de appelposter. Men wil de consument bij het kopen van appels het gevoel geven ‘een nieuw vers geoogst product in handen te hebben’. En het is nog goedkoop ook. ,,Op dit moment is er in feite een fruitoverschot,” stelt Van Ojen vast. ln Nederland kunnen we de markt bedienen, maar er komen natuurlijk ook appels uit het buitenland, en zelf exporteren we ook naar Duitsland, Engeland en Denemarken. Maar in Europa als geheel is er een te grote productie.” Maar: ,,Als mensen per jaar een kilo fruit meer zouden eten, zeg maar vijf ... zes appels, dan zou er een tekort zijn. Zo nauw luistert dat. De vraag is natuurlijk: kunnen we dat opkrikken? Daarom zoeken we de jeugd op. Ouderen eten nog wel appels; die zijn het probleem niet. Maar jonge mensen! Hoe krijg je die aan de appel?” Het bijkomende effect van overproductie is wel dat in Nederlandse winkels nu de beste kwaliteit ligt. ,,Die ging meestal naar het buitenland, maar als er zoveel aanvoer is, gaat de prijs omlaag, en ligt de beste kwaliteit ook hier in de schappen.”

Els kemper

pomospost De "Fruitpers".

Algemeen dagblad.