Originele cadeautjes van de Keizer


FREDERIKSOORD - Ooit de tanden gezet in een sappige Hermien van Eibergen? Of in een geurige Keizer Alexander? Waarschijnlijk niet. Net zo min als in een Zoete Aagt, een Enkelde Griet of een Pomme d'Apis. De groenteboer komt meestal niet verder dan een Goudrenet, Golden Delicious, Elstar of Jonagold. Da's best jammer. Want er is zoveel meer moois en lekkers. In Frederiksoord groeit het bijna allemaal.

Niek Sterk

Stichting Fruithof Frederiksoord ligt in het land van Bartje, aan de weg van Frederiksoord naar Vledder. Vlakbij staat de bekende middelbare tuinbouwschool die vele generaties tuinbouwers afleverde. Binnenkort sluit die, als gevolg van een besmettelijke fusiedrift, haar deuren. Ze verkast naar Meppel.


Bestuurslid Coen Ballintijn van de Stichting Fruithof bekijkt de vruchtzetting van de ZoeteEerveling bijna 800 rassen in Fruithof Frederiksoord. De stichting verzorgt (snoei)cursussen en houdt elk najaar open dagen, waar sap wordt gemaakt.

Bestuurslid Coen Ballintijn (73) van de stichting gaat voor naar een verrijdbare keet die aan het begin van de 8 ha. grote fruittuin staat. Op een vroege junimorgen is de rust er volop tastbaar. Op een bank onder een fruitboom van een meter of drie, vier hoog vertelt Ballintijn hoe het allemaal is gekomen. Sinds 1995 beijvert de stichting zich voor het behoud van de hoogstamfruitboom als landschappelijk element en als cultuur-historisch erfgoed. Tevens wil ze als genenbank dienst doen: "Want in oud materiaal zitten zóveel gunstige eigenschappen. Die mogen niet verloren gaan."
Tijdens de eerste grote tentoonstelling van de Noordelijke Pomologische Vereniging (NPV) in 1992 uitte de voorzitter de wens om een collectietuin op te richten. De NPV dateerde van een jaar of vijf eerder en werd opgericht uit vrees dat alle oude fruitbomen en -rassen uit Nederland zouden verdwijnen. Voordien stonden de bijzondere bomen alleen maar bij de leden thuis.
Het woord "pomologisch" stamt in dit geval niet af van pomme (appel) maar van Pomona, de Romeinse godin van de fruitteelt. "Ze ging ook over de aardbeien, bramen en bessen.''
Ballintijn, van huis uit bioloog en in zijn werkzame leven actief in hersenonderzoek, besteedt tegenwoordig zijn tijd vooral aan de Fruithof. De grond van de hof kwam in handen van de stichting door medewerking van de gemeente, de tuinbouwschool en de zg. "Maatschappij van Weldadigheid", een vereniging die vroeger de Drentse veenkoloniën ontwikkelde en die er nog steeds veel grond bezit.
Een kleine subsidie in plaats van een pachtprijs (bij de start), geld van de gemeente, de provincie en 'Brussel' maakte de begroting tot nu toe telkens rond. "Voor de financiën zou het echter goed zijn als het legertje donateurs flink groeide." Het aantal begunstigers blijft wat achter bij de hoeveelheid

van bijna 800 fruitrassen die in de boomgaarden staan. Voor het merendeel gaat het om appels, maar er staan ook peren- en pruimenbomen. "De stabiele waterstand hier is bijzonder goed voor fruitteelt. Fruitbomen kunnen namelijk niet tegen wisselende waterstanden. Dan sterven de wortels binnen een jaar af." Bijna alle rassen die er staan, zijn vertegenwoordigd met slechts één boom. "Meer lukt niet, want dan heb je een veelvoud aan hectaren nodig. De schaduwcollectie staat vooral bij de leden thuis. Dus als hier een boom doodgaat, is er geen man overboord." Alleen al langs de zogenaamde renettenlaan staan zeventig familieleden van de goudrenet. De Oranjerenette, de Franse renette en de Renette van Ekensteijn zijn er drie van.
Bij elke appel of peer hoort een verhaal. Van oorsprong komt het Europese fruit uit Kazachstan en Oezbekistan. "Bij grafgiften uit de Kaukasus bleek fruit te zitten, dat normaal als leeftocht meeging in zadeltassen." Een onderzoeker uit Oxford ontdekte dat vooral de Romeinen en Grieken de verschillende fruitsoorten verspreidden over Europa.
Begin 1700 begon een Friese hortulanis van Duitse afkomst -in dienst bij de vrouw van de Friese stadhouder Johan Willem Friso, Maaike Meu- in Nederland op een wetenschappelijke manier het fruit te beschrijven. Deze Johann Hermann Knoop was in Europa de eerste die dat deed. Zijn oude boeken zijn o.a. door Ballintijn op interactieve cd-roms gezet, zodat ze toegankelijk zijn en blijven voor het nageslacht.
Het Nederlandse en het Europese overheids-beleid zorgden er de laatste decennia onder meer door het uitkeren van rooipremies voor dat het merendeel van de percelen met hoogstam werd gerooid. "Boeren verwaarloosden zelfs de eigen oogstbomen bij de boerderij. Fruit kopen in de winkel was goedkoper dan onderhoud plegen aan de bomen op het erf."
De moderne laagstamfruitbomen zoals die nu de Nederlandse boomgaarden bezetten, staan nagenoeg allemaal op een zwakke onderstam, zegt Ballintijn. "Zwakke groei betekent een zwakke gezondheid, veel ziektebestrijding en een grote vatbaarheid. Bovendien gedijen zulke bomen alleen in zeer goede grond. Alle appels in de winkel lijken ondertussen op elkaar, de smaakverschillen werden steeds kleiner."
De verhalen achter de appelrassen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Wie fruitrassen ontwikkelde, telde echt mee. De Russische keizer Alexander was zo in z'n schik met een door zijn tuinman geteelde nieuwe appelsoort, dat hij er graag z'n naam aan verleende. Ook liet hij grote hoeveelheden jonge boompjes kweken, die hij nadien als geschenk meenam op staatsbezoek. Zo verspreidde de soort zich door heel Europa.
Een ander voorbeeld is dat van de fruitkwekende notaris uit Lunteren, naar wie de heerlijke Notarisappel werd vernoemd. Ook de slager van Eibergen ontwikkelde in z'n vrije tijd een nieuw ras en gaf het de naam van zijn vrouw: Hermien.

pomospost De "Fruitpers".


woensdag 4 juni 2003
Reformatorisch Dagblad.