|
Frits Doornenbal (rechts) en Gerard Hidskes plukken appels in de appelboomgaard
in het Drentse Frederiksoord.
door DICK HUSSAARTS
Tien jaar geleden werd het
plan geopperd zoveel mogelijk Nederlandse appelrassen te gaan verzamelen, dit
jaar beginnen de bomen hun eerste - zij nog bescheiden - oogst te leveren.
Inmiddels staan er op het 8 hectare grote terrein al meer dan duizend verschillende
appelrassen, allemaal hoogstambomen, verzameld door de Noordelijke Pomologische
Vereniging (NPV). Pomologen houden zich bezig met de bestudering en het kweken
van vruchten van meerjarige houtige gewassen. Dat zijn naast appels en peren ook
vruchten als bramen en bessen.
"Na de oorlog zijn fruittelers in snel tempo overgegaan tot het kweken van
appels op laag-stambomen. Die worden hooguit 2½ mtr. hoog. Gemakkelijker te oogsten.
Bovendien werd het aantal rassen drastisch teruggebracht. Opbrengst was het allerbelangrijkste",
vertelt Gerard Hidskes, voorzitter van de NPV.
Hidskes en andere leden van de NPV realiseerden zich dat als er niet snel iets
gebeuren zou, de kans groot was dat verschillende soms eeuwenoude appelrassen
voor goed zouden verdwijnen. "We hebben hier bijvoorbeeld ook de Court Pendu (Vert. kort hangend, red.). Dat is een ras dat al in de middeleeuwen bekend was."
Die soorten mogen volgens de pomologen niet verloren gaan. "Ik kan natuurlijk
geen kwaad spreken over moderne boomgaarden waar appels voor de consumptie worden
gekweekt. Maar landschappelijk stellen die natuurlijk niet veel voor. Dat is met
de oude hoogstambomen een heel ander verhaal", meent Hidkes.
In Frederiksoord, in 1818 gesticht als de eerste 'kolonie' waar verpauperde gezinnen
uit het westen van het land een nieuwe kans kregen |
een
bestaan op te bouwen, kon de vereniging van de Maatschappij van Weldadigheid een
stuk grond pachten. De maatschappij is in de negentiende eeuw opgericht en beheert
nog steeds veel grond in deze omgeving.
Dat er zoveel appelrassen in ons land te vinden waren, komt volgens Frits Doornenbal,
secretaris van de NPV, doordat in vroeger tij- den vooral de notabelen zich bezig
hielden met het telen van appels. "Er waren in die tijd ook fruitteeltclubs.
De leden probeerden steeds nieuwe rassen te kweken. De notarisappel is daar een
voorbeeld van. Notaris J.H.Th. van den Ham zaaide in 1890 pitten van een zorgvuldig
uitgezochte appel, waaruit een nieuwe - uitstekende -soort ontstond. Negen jaar
later bracht hij de eerste boompjes op de markt."
Overigens zijn het niet alleen nostaligische overwegingen van de NPV om appelrassen
te verzamelen. "Natuurlijk is het een prachtig gezicht hier al die appelbomen
te zien. Dat zal de komende jaren alleen maar mooier worden, de bomen zijn nog
lang niet volgroeid. Maar met het verzamelen van al deze rassen hebben we ook
een soort genenbank aangelegd."
"Dat is van groot belang. Het is nu eenmaal zo dat bepaalde rassen bijvoorbeeld
resistent zijn voor schurft. Daar hoeft dan niet tegen gespoten te worden."Volgens
Hidskes zijn er van veel soorten de genen vastgelegd." En dat kan in de toekomst
bij het verder vervolmaken van productierassen wel eens van groot belang blijken
te zijn." Het fruit in de NPV-boomgaard wordt overigens geheel biologisch geteeld.
De NPV bekostigt de boomgaard grotendeels uit eigen middelen. Er is wel een sponsor
(een blad voor buitenleven), maar de werkzaamheden worden vooral door vrijwilligers
gedaan. De vereniging telt 500 leden, waarvan een flink deel regelmatig de handen
uit de mouwen steekt om de bomen te snoeien, uit te dunnen, de grond te mesten
en het gras te maaien."
Om de boomgaard breder onder de aandacht te brengen, wordt er van vandaag tot
en met maandag een tentoonstelling gehouden in de boomgaard, waar bezoekers de
oogst van zo'n 400 bomen zullen kunnen bewonderen. De Pomologische vereniging
hoopt dan ook sponsors en donateurs aan te trekken.
Het secretariaat van de
NPV is te bereiken in Assen 0592-355221. |