Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Court-Pendu Plat.
Synoniemen:
  • Court-Queue (J.Bauhin,avant 1613).
  • Court-pendu rouge (André Leroy)
  • Korpendu.
  • Königlicher rother Kurzstiel (Diel,1804)
Herkomst:
Zeer oude appel met onbekende herkomst. Vermoedelijk al in 1613 bekend in Duitsland. Reeds beschreven door Johann Hermann Knoop in zijn boek Pomologia. Rondom 1750.
Vrucht:
plukrijp: eind oktober.
consumptierijp: van januari tot maart.
afmetingen: klein, plat, gelijkmatig van vorm, meer breed (75mm.) dan hoog (50mm.). Alleen op de beste kleigronden in het zuiden van Nederland worden ze iets groter dan het gemiddelde. Buik zit in het midden.
kelkholte: niet diep doch wel breed en zacht glooiend toelopend, met kleine plooitjes.
kelk: de kelkblaadjes zijn groen en wollig en meestal klein of weggevallen. De kelk is breed uitgezet en open, zelden half open.
steelholte: ondiep, straalvormig beroest.
steel: zeer kort en dik vandaar ook de Duitse naam Königlicher Kurzstiel, ondiep ingezonken. Komt niet boven de vrucht uit.
schil: ruw en dof maar wel mooi gaaf.soms met een roest of schurftplekje. Schil is vaak wat rimpelig.
grondkleur: grijsgroen.
dekkleur: bij rijpheid geel met rood aan de zonzijde.
vruchtvlees: geelachtig, matig saprijk, zeer vast, zachtzuur met speciaal aroma. De vrucht kan wel sappig zijn wanneer er op het juiste tijdstip geoogst is, anders wat droog en taai.
klokhuis: klein, plat en breed, steelwaarts. Kleine goed afgescheiden hokken. Vrij regelmatig met zaden bezet. De vaatbundel om het huis is ui-vormig.
Gevoelig voor:
Oogst:
Vruchtbaarheid in de draagjaren goed, is echter sterk onderhevig aan beurtjaren.
Bewaren:
Heeft ondanks de zeer goede houdbaarheid geen waarde voor de moderne beroepsteelt.
Gebruik:
Het is een 1e klasse tafelvrucht als zij goed tot rijpheid is gekomen en goed, niet te warm, wordt bewaard. Anders spoedig slap en taai. Een uitmuntende soort voor de keuken en cider bereiding.
Boom:
Groeit betrekkelijk zwak en wordt nooit groot. Maakt kort stevig éénjarige gewas.
Bloei:
Zeer laat. Behoort met Zoete Ermgaard tot de laatste bloeiers.
Opbrengst:
De vrucht is te klein, zodat ook in de draagjaren de opbrengst te klein blijft.
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
Zoete Ermgaard.
Boomvorm:
Gedrongen zuilvormig, met bolronde kroon.
Onderstam:
Veredeld op zaailing, komt vrijwel alleen als hoogstam voor. Kan ook op andere sterke onderstammen geënt worden. Liever niet op Paradijs onderstam i.v.m. de groeisnelheid.
Weerstandsvermogen:
Vrij gezonde boom.
Standplaats:
Komt vrijwel alleen voor in het zuiden van ons land. Geschikt door zijn late bloei om aan de buitenkanten van de boomgaard te planten. In het Noorden van ons land is deze soort ongeschikt, zelfs in lange zomers komen de vruchten niet voldoende tot ontwikkeling.
Teeltwaarde:
Geringe teeltwaarde, te klein en beurtjaren.
Gelijkende vruchten:
Snoeien:
Oorzaak van verdwijnen:
Plantadvies:
Diversen:
Brongegevens:
  •   Nederlandse Fruitsoorten.
  •   100 Äpfelsorten. Lauche.
  •   Pomologia. J.H. Knoop.
  •   Onze appels en peren.
  •   Aanvullende info Bongerd Groote Veen.
 
 
 
 
 
Pomospost plus