| Boomsoort: |
Appelboom. |
| Originele naam:
Cox`s Orange Pippin. |
Synoniemen:
- Cox`s Orange.
- Cox`s Orangen Renette.
- Orange de Cox.
- Cox`s
|
Herkomst:
Engeland. In 1830 door M. Richard Cox in Colnbrook bij Londen verkregen uit zaden van de Ribston Pippin die met de Blenheim Orange is bestoven; sinds 1850 in de handel gebracht door Ch. Turner. |
| Vrucht: |
| |
| plukrijp: |
vanaf eind september tot midden oktober. |
| consumptierijp: |
vanaf oktober tot en met januari. |
| afmetingen: |
middel tot groot, ook klein maar zelden groot. 60 mm. breed, 48 mm. hoog, gewicht 85-100 gr. Bolvormig tot vlakbolvormig, regelmatig, kelk- steelzijde afgeplat. Zijden gelijkmatig. |
| kelkholte: |
vlak, ingezonken met rimpels en vlakke gezwellen, meestal in plakkaten, grijsbruin beroest. |
| kelk: |
middelgroot; blaadjes typerend lang, smal, spits en in elkaar gedrukt. |
| steelholte: |
middelbreed, 10 mm. diep, licht-bruingrijs geschubd, straalvormig beroest. |
| steel: |
variërend, kort, 10 mm. lang, vlezig, 3,5 mm. dik. |
| schil: |
variërend van glad, mat, fijnruw, ook wasachtig, middelsterk, zacht. |
| grondkleur: |
groenachtig geel. |
| dekkleur: |
zeer variërend troebel oranje tot troebelroodoranje, bruinachtigrood, in plakkaten, mat, gestippeld, kort en lang gestreept. Netvormige roestfiguren, schilstippels licht-omrand. |
| vruchtvlees: |
lichtgeelachtig, middelvast, fijncellig, sappig, harmonisch wijnachtigzoet met fijne rinse smaak en een uitgesproken aroma. Matig suiker-, zuur- en vitamine C gehalte. |
| klokhuis: |
middelgroot, de goed gevormde hokken zijn goed met zaden bezet. |
Gevoelig voor:
- Monilia.
- Proliferatieziekte. (Heksenbezemziekte)
- Meeldauw.
- Fruitmot.
- Wintervlinder.
- Bloedluis.
- Zaagwesp.
|
Oogst:
Vruchten hangen apart, per paar of dichter. Goed plukbaar, plukprestatie middel tot hoog. Kort voor boomrijpheid gedeeltelijke vruchtval, weinig drukgevoelig, goed transporteerbaar. Machinaal te sorteren. |
Bewaren:
In natuurlijke opslag afhankelijk van herkomst. Vatbaar voor bewaarziekten. Tot februari / maart zonder slap te worden. Na lange opslag melig en slap, verlies van aroma en er treedt vruchtrot op. In koelopslag bij + 3ºC. tot maart / april , bij lagere temperaturen wordt het vruchtvlees bruin en veel last van bewaarrot. Niet te vroeg plukken! |
Gebruik:
Een wereldklasse tafelappel voor vers gebruik en alle huishoudelijke verwerkingen. |
| |
Boom:
Groeit in het begin sterk, later middelsterk. Gesteltakken schuinopwaarts, dicht vertakt. Vruchthout: langloten, kortloten en sporen. |
Bloei:
Langdurig, vorstgevoelig; bloei lateraal aan tweejarige langloten en aan het einde van éénjarige kortloten. |
Opbrengst:
Vroeg, vanaf het 2e en 3e standjaar, meestal middelhoog of minder, alleen op bijzonder geschikte standplaatsen hoog; last van beurtjaren daarom bij hoge opbrengsten dunnen. |
| Gelijke bloeiers:
|
Bevruchters:
Stuifmeel is diploïd, kiemingspercentage 50-97%.
Bloeitijd: middentijds.
- Alkmene.
- Benoni.
- Discovery.
- Gloster.
- Golden Dilicious.
- Jamba.
- James Grieve.
|
- Jonathan.
- Laxton's Superb.
- Lombarts Calville.
- Odin.
- Tydeman`s Early.
- Winston.
|
|
Boomvorm:
De vrij open kruin is bolvormig. Geschikt voor spil, snoer en palmet. Hoogstam wordt over het algemeen afgeraden. |
Onderstam:
Alleen voor laagstam op M9, verder geschikt voor M26, Pi80, MM106. |
Weerstandsvermogen:
Het hout, bloei en jonge vruchten zijn vorstgevoelig. Kan slecht tegen koper- en zwavelbespuitingen. Vatbaar voor schurft en vruchtboomkanker. Op de drogere gronden, vooral bij droogte en warmte, last van vroegtijdige bladval. |
Standplaats:
Niet voor droge gebieden; voor diepe humus- en voedselrijke goed doorlatende gronden. Plotselinge voedsel stoornissen hebben een schadelijk effect op de boom en vruchten. Geschikt voor zand- en kleigronden. Voldoet op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en West Noord-Brabant zeer goed. |
Teeltwaarde:
Niet voor industriële productie, beperkte teelt voor handelsdoeleinden, voor ervaren particuliere telers en kleine tuinders. Minder geschikt voor dichte beplanting. |
Gelijkende vruchten:
- Margil.
- Ribston Pippin.
- Laxton`s Superb.
- Kasseler Reinette.
- Court Pendu Royal.
Typen en mutanten :
- Rode Cox`s Orange.
- Cox`s Orange Cherry.
- Cox`s Orange Ottensen.
- Cox`s Orange Crimson.
- Cox`s Orange Blangstedt.
- Holsteiner Gele Cox.
- Kummer Cox.
- Queen Cox.
- Korallo.
|
| Snoeien: |
| Oorzaak van verdwijnen: |
Plantadvies:
De Cox`s kweekt moeilijk en iemand die niet voldoende tijd en zorg aan de bomen kan besteden zal met dit ras weinig succes hebben. Een typische eigenschap van dit ras is het in zo ruime mate laten vallen van de vruchten in juli. Dit gebeurt niet elk jaar, houdt daar rekening mee tijdens het dunnen. |
| Diversen: |
Brongegevens:
- Appelsoorten.
- 6e rassenlijst voor Fruitgewassen.1948.
- Nederlandse Fruitsoorten. 1943.
- Het appel en Perenboek.
- Leerboek der Fruitteelt.
- Beschreibende Sortenliste Kernobst.
- Onze appels en peren.
- Aanvullende informatie Bongerd Groote Veen.
|