Boomsoort: Appelboom.
Originele naam:
Transparente Jaune.
Synoniemen:
  •   Grand Sultan.
  •   De Revel.
  •   Revelstone Pippin.
  •   Transparente Blanche.
  •   Transparente de Saint Léger.
  •   White Transparent.
  •   Yellow Transparent.
  •   Blanke Madeleine.
  •   Vitt Klaräpple.
  •   Weisser Klarapfel.
  •   Oogstappel.
Herkomst:
Uit het Baltische deel van het oude Tsarenrijk. Door de boomkweker M. Wagner uit Riga, in het jaar 1852 aan de boomkwekerij Leroy in Angers (Frankrijk) geleverd en vandaar over geheel Europa verspreid.
Vrucht:
plukrijp: vanaf midden juli tot midden augustus.
consumptierijp: vanaf midden juli tot midden augustus.
afmetingen: klein tot middengroot, uiteenlopend, breed 55-70 mm, hoog 55-60 mm, gewicht 85-100 gram. Rond, onregelmatig, naar de kelk toe smaller, brede ribben lopen vanaf de kelk over de gehele vrucht.
kelkholte: klein, nauw, vlak, omgeven door verschillende gevormde ribben.
kelk: zit hoog, middelgroot, gesloten kelkblaadjes.
steelholte: meestal vlak, ondiep, groen ook met roestvorming.
steel: 20-30 mm. lang, 3 mm. dik, meestal groen, donzig en het einde is wat verdikt.
schil: glad, matglanzend, zacht, met een typerende geur wat bij Transparente Jaune hoort.
grondkleur: groenachtig geel, licht-strogeel met talrijke groene, lichtomrande stippels.
dekkleur: ontbreekt meestal, anders fijn lichtoranje verschoten.
vruchtvlees: knappend vruchtvlees. Groengeelachtig wit, los, fijncellig, sappig, fris fijnzurig, iets zoet, zonder uitgesproken aroma, melig bij overrijpe vruchten. De vrucht heeft een laag suiker- en zuurgehalte.
klokhuis: relatief groot klokhuis. Goed met zaden bezet.
Gevoelig voor:
  •   voor barsten van de vruchten, melig worden,
  •   zeer druk- en transportgevoelig.
  •   heeft de neiging parthenocarpe vruchten te vormen (=vruchten zonder of met weinig pitten).
      dit treedt vooral op in een nachtvorstjaar.
Oogst:
Vruchten hangen apart of per paar, verschillende rijpingstijden, gespreide plukperiode, maar steeds op optimaal pluktijdstip. Te vroeg plukken zijn de vruchten te zuur, te laat plukken zijn de vruchten melig. Niet windvast, voor boomrijpheid al sterke vruchtval. Geen last van beurtjaren. De boom moet gedund worden om te kleine vruchten te voorkomen.
Bewaren:
In natuurlijke opslag slechts enkele dagen; koelopslag bij +2ºC. tot maximaal 3 weken, en dat is vrij redelijk voor zo`n vroege zomerappel.
Gebruik:
Grote uitgezochte vruchten erg in trek als vroegste tafelappel voor directe consumptie. Geschikt voor de industrie en huishoudelijk gebruik voor appelmoes.
Boom:
Groeit in het begin middelsterk, later slechts zwak. Gesteltakken steil- en schuinopwaarts, zijtakken en vruchthout zijn kort. Kruinvorm is piramidaal, later breedbolvormig. Blijft een kleine boom.
Bloei:
Een vroege bloeier. Aan één en tweejarige langloten, eindstandig aan één- en meerjarige kortloten.
Opbrengst:
Vroeg, vanaf het 2e en 3e standjaar, middelhoge opbrengst, jaarlijks aan jongere bomen, aan oudere afwisselend.
Gelijke bloeiers:
Bevruchters:
Stuifmeel is diploïd,
kiemingspercentage 52-93%.
Is een goede bestuiver voor de Schone van Boskoop
  •   Cox's Orange Pippin.
  •   James Grieve.
  •   Stark `s Earliest.
  •   Benoni
  •   Transparente de Croncels.
  •   Keswick Codlin.
  •   Jonathan.
  •   Perzikroode Zomerappel.
Boomvorm:
Bolvormig op latere leeftijd.
Onderstam:
Alleen voor laagstam op Pi 80, MM106, M4.
Weerstandsvermogen:
Hout zeer vorsthard, de bloei minder vorsthard. Vatbaar voor bacterievuur, kanker, meeldauw en bloedluis. Weinig last van schurft en stambasisrot. Gevoelig voor koper en rookgassen, neusrot en holle vruchten.
Standplaats:
Breed aanplantgebied, tot in hoger gelegen gebieden. Voor eigen gebruik, voor handelsdoeleinden (rijpheidstijdstip eind juli) op warmere gronden en gebieden. Geschikt voor zand en klei.
Teeltwaarde:
Niet geschikt voor industriële productie in verband met periodiek rijpen, drukgevoeligheid, geen al te grote vruchten en slechts middelhoge opbrengsten.
Gelijkende vruchten:
  •   Lodi.
  •   Emneth Early.
  •   Astrakan Blanche.
  •   Ohm Paul.
Snoeien:
Het is aan te bevelen om de eerste jaren de gesteltakken uit te buigen om zo een betere kroon te krijgen. Transparente Jaune vergaffelt niet gemakkelijk. In de eerste twee jaar is flink insnoeien nodig. Is eenmaal een goede vruchtbaarheid ingetreden dan dienen de langloten en de eindloten van de gesteltakken goed teruggesnoeid worden om voldoende groei in de boom te houden. Vruchthoutsnoei zal op latere leeftijd zeker wel eens nodig zijn. Voortdurende controle en vruchthoutvernieuwing toepassen.
Oorzaak van verdwijnen:
Transparente Jaune heeft ondanks zijn slechte eigenschappen: lage opbrengst, onvoldoende vruchtkwaliteit, kleine, misvormde vruchten aan oudere bomen, lange tijd zijn positie als eerste zomerappel kunnen behouden, maar kreeg later concurrentie van andere vroege rassen zoals James Grieve en Mantet. Omdat er maar een kleine plaats voor vroege appels is, gingen toen ook de slechte eigenschappen van de Transparente Jaune tellen.
Plantadvies:
Diversen:
Deze zomerappel heeft zijn roem te danken aan het feit dat het de eerste appel was in het seizoen, in een tijd dat de consument in de zomer een tijd verstoken was van appels. De vrucht was wel teer, maar als die op het juiste tijdstip en op de juiste wijze geplukt was, was hij redelijk verhandelbaar. Ging men echter te vroeg over tot plukken omdat men de appels nodig had, bijvoorbeeld voor de Nijmeegse vierdaagse, dan konden de vruchten nog vrij smakeloos zijn. Toch was zijn positie bijna niet stuk te krijgen. Was vooral plaatselijk als eerste appel bekend, bijvoorbeeld rondom Nijmegen en kwam in Limburg veel voor.
Brongegevens:
  •   Appelsoorten, Herbert Petzold.
  •   Synoniemenlijst Leroy.
  •   Spirale.
  •   6e rassenlijst voor Fruitgewassen.1948.
  •   Verdwenen appel en perenrassen.
  •   Aanvullende info Bongerd Groote Veen.
  •   Zelf Fruitkweken, Piet Dekker. 1950.
 
 
 
 
 
Pomospost plus