De aardbei, haar ontwikkeling en kultuur door de eeuwen heen.

Grootvruchtige Aardbeziën

De plaats die de aardbei innam en inneemt in de fruitliteratuur doet naar mijn mening geen recht aan haar goede vruchtkwaliteit. Daarom meer aandacht voor deze saprijke vrucht. Ook binnen de pomologie kan extra ruimte worden gecreëerd, immers de aardbei voldoet aan de criteria die de pomologie stelt: eetbare vrucht aan meerjarig gewas. Welnu dan nu maar eens ruim baan, voor de aardbei!

Dat niet sinds mensenheugenis de grootvruchtige aardbei-hybrides in kultuur zijn is slechts bij weinigen bekend. In haar huidige vorm is de consumptieaardbei veel en veel jonger dan bijvoorbeeld haar verre neven appel en peer. Deze zijn reeds sinds de hoogtijdagen van de Romeinse kultuur door de mens gekweekt, verbeterd en veredeld. Van echt grootvruchtige aardbeien echter kunnen we pas spreken vanaf ongeveer 1800.

GROOTVRUCHTIGE AARDBEIEN (Pragaria x ananassa L.)

  • 1. Vanouds komen geen grootvruchtige aardbeirassen voor in Europa. Een doorbraak bij de totstandkoming ervan werd eerst bereikt ten tijde van de Franse Revolutie. Uit twee al langer bekende amerikaanse soorten, de scharlakenaardbei en de chili-aardbei, ontstonden na kruising grootvruchtige rassen.
    Engeland was koploper bij deze hybridisatie. In Isleworth, bij London kweekte Michael Keens een plant in zijn tuin met eigenschappen die tot dan toe onbekend waren. Keens Imperial kreeg haar naam in 1817. Vermoedelijk was zij een zaailing van de Large White Chilean.
  • 2. Gestimuleerd door deze vondst kweekte Keens de jaren hier opvolgend nieuwe rassen. In 1821 introduceerde hij Keens Seedling. Dit ras zou stamouder worden van vele anderen variëteiten. Tot 1940 bleef zij vermeld in engelse catalogi.
    Joint Wilmot, een andere gardenier, kweekte uit Keens Seedling onder andere Black Prince (1822) en Wilmots Coxcombe Scarlet (1824). Dit laatste ras was de eerste aardbei van het zogenaamde “hanekam”-type. Daarvoor, in 1823 was nog de Wilmots Superb in de handel gebracht, Zij was een kruising van Large White Chilean met een Scarlet.
  • 3. Weldra kwam in Engeland een hele rage op gang om nieuwe variëteiten te ontwikkeling. Bekende kwekers waren Thomas Andrew Knight en Thomas Laxton. Knight introduceerde Elton Pine in 1827. Downton dateert van 1817. Beide rassen waren geliefd als stamouders vanwege hun “pine”-smaak (ananas).
    In Frankrijk werden ze ook wel “les fraises anglaises” genoemd.
  • 4. Eind vorige en begin deze eeuw was het engelse kwekershuis Laxton Brothers zeer aktief in de selektie en veredeling van fruitsoorten. Denk maar eens aan de appel en peer Laxtons superb. Oprichter Thomas Laxton deed te Bedford ook aan verbetering van de aardbeiensortiment. In 1872 verscheen Traveller; een “hautbois”-type met vaak hanekamachtige vruchten. Laxton's Noble en King of the Earlies volgden in 1884.
    Een kruising van deze leverde in 1891 White Knight en Scarlet Queen op. Laxton zetten in 1892 de kroon op zijn werk met de introduktie van Royal Sovereign. Dit qua smaak nog steeds onovertroffen ras is helaas erg gevoelig voor allerlei ziekten zoals virusinfekties. Omstreeks 1952 was het zwaar gedegenereerd en het zou niet lang meer duren of ze kon worden afgeschreven. Een speurtocht door Ierland leverde echter enkele virusvrije planten op. Deze werden vermeerderd en in de handel gebracht. Anno 1990 kunnen we nu weer genieten van Royal Sovereign, een der fijnste onder de aardbeirassen!
  • 5. De engelse aanwinsten stimuleerden ook in andere landen de veredeling van de aardbei. In ongeveer 1824 ging Keens’ Imperial' naar de Verenigde Staten, waar zij tot plusminus 1840 stand hield als standaardras voor amateurs. Hovey, een ras dat ontstond in 1836 te Cambridge, Massachusetts, is vermoedelijk een zaailing van Keens Imperial. Zij was de eerste variëteit in Amerika, die uit een kunstmatige bestuiving ontwikkeld is.
    Verder gaf Hovey de stimulans tot een fabrieksmatige verwerking van aardbeien daar overzee. Rassen die naderhand ontstaan in de Verenigde Staten zijn onder meer: Wilson, Sharpless, Crescent en Charles Downing. De Ross Phoenix is waarschijnlijk een zaailing van Keens lmperial of Keens Seedling.

éénmaligdragende ras " E lvira "

éénmaligdragende ras " Bogota "
  • 6. Keens’ rassen leidden ook in Frankrijk tot een intensievere aanpak van de veredeling. Princesse Royale, ontstaan in 1844, zou daar 50 jaar lang een hoofdras blijven. Andere oude franse variëteiten zijn: Vicomtesse Héricart de Thury, Docteur Morère en Cointe de Paris. De ontwikkeling van nieuwe aardbeirassen blijft in andere landen aanvankelijk op een vrij laag pitje staan. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw toont Duitsland meer interesse.
    De heer Gottlieb Göschke brengt in de jaren 1860 - 1880 een aantal rassen in de handel, ontstaan als toevalszaailing of door kruising van buitenlandse variëteiten. Ik noem Hohenzollern en König Albert von Sachsen (1878). Hoofdsoorten in Duitsland blijven echter tot omstreeks de eeuwwisseling de engelse, franse en amerikaanse rassen.
  • 7. J. Böttner bracht hier de ommekeer met zijn kweekprodukten tussen 1897 en 1916. Sieger (1898) bleef tot 1961 op de rassenlijsten vermeld staan. Ze is geschikt voor produktieteelt. Tot ongeveer 1972 was Sieger nog van belang in de landstreek Baden. Het ras Deutsch-Evern (1903) is gedurende ruim vijfig jaar het belangrijkste vroegrijpende ras in Europa. Zowel Sieger als Deutsch-Evern hebben bij de ontwikkeling van nieuwe aardbeien welwillend erfelijk materiaal beschikbaar gesteld.
    Samenwerking van Böttner, de veredelaar, met de vermeerderaar Georg Soltwedel leidde tot een sortiment rassen dat geschikt bleek voor zowel zand- als leemgrond. Hierdoor werden voorwaarden geschapen voor een groot aanplantingsareaal. Deze rassen zijn immers niet kieskeurig wat de grondsoort betreft! Enkele hiervan zijn: Aprikose, Rotkäpchen en Flandern.

éénmaligdragende ras " A vanta "

éénmaligdragende ras " E lsanta "
  • 8. Ook in Duitsland kwam de aardbei verbetering nu pas echt op gang. Hansa (Schwarzer Ananas) werd door Buhk in 1905 gekweekt. In 1972 was zij nog bekend in Noord-Duitsland als inmaakaardbei. Franz Göschke is verantwoordelijk voor de Königing Luise (1905), een ras wat hier te lande wel bekend was als Suikeraardbei. Deze aardbei is inderdaad zeer zoet. In 1904 nog kweekte 0. Lierke de Späte von Leopoldshall, een extreem laatrijpende variëteit, speciaal geschikt voor liefhebbers en partikulieren.
  • 9. Professor 0. Schindler ontwikkelde begin deze eeuw de rassen Oberschiesien (1919), een voor die tijd zeer produktieve plant, en Frau Mieze Schindler (1925). Deze laatste aanwinst is een van de bestsmakende aardbeivarigteit. Ze wordt ook wel framboosaardbei genoemd. Macherauch tenslotte bracht in 1931 Eva Macherauch in de handel. Vanwege haar bijzondere vrucht eigenschappen is dit ras veel toegepast bij kruisingen.
  • 10. Ik sluit deze bijdrage tot de pomologie der aardbei bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Dit punt markeert niet alleen een psychologische grens tussen twee tijdperken, maar vormt eveneens een duidelijke afbakening van de methodiek der aardbeiveredeling. Na 1945 zien we dat de aardbeiverbetering duidelijk gericht wordt op meer specifiek omschreven doelen. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van een sortiment geschikt voor industiële verwerking. In een latere bijdrage van mijn kant hoop ik daar verder op in te gaan.

Aldeboarn, 29 mei 1990
Auke R. Kleefstra

nieuwsbrief nr.3 1990
nieuwsbrief no.3,
blz. 10-12