Leerbroek,
10 februari 1990.
Het was een drukte van jewelste
die zaterdag in Leebroek bij en op de “Meisterhof”. Waar we ontvangen werden in
een volle tot overvolle kantine met koffie. Daarna gingen we naar een klein boomgaardje
aan de overkant van de weg. Daar stonden oude met ijzelschade beschadigde bomen
(maart 1987), maar gelukkig ook jonge aanplant van hoogstammen. Eerst had menigeen
het koud maar gaandeweg werd men warm door het enthousiasme en het zien opknappen
van deze toch wel moeilijke bomen.
Hierna smaakte de erwtensoep heerlijk in verschillende zaaltjes van de “Meisterhof”.
Inmiddels was het publiek uitgegroeid tot zo’n vijftig dames en heren. 's Middags
aldaar snoeien. Oude en jonge bomen. Veel publiek, veel gepraat (uitgelegd). Veel
gewerkt (snoeien) en veel gepromoot. Iedereen was en werd steeds meer enthousiaster.
Steeds meer kreeg men begrip voor die oude bomen die daar soms al generaties lang
het landschap hebben bepaald. Zomaar wat oude bomen bij een oude houten met riet
bedekte schuur. Van die diepgewortelde bomen die er zo helemaal bijhoren. Laten
wij er blij en dankbaar voor zijn dat ze er nog staan en nog altijd een functie
hebben en houden. En ze geven wat ze nodig hebben en weghalen wat er teveel aan
is, dan zullen ze blijvend ons landschap versieren. Laten wij het begrijpen en
uitdragen hoe belangrijk het is daaraan te mogen meewerken.
A. van Scherpenzeel,
Leggeloo 51 |