Praktische tips voor de amateur aardbeienteler.
  • Juni-dragende rassen worden reeds geplant in augustus hierbij geldt: hoe vroeger wij planten, des te beter de planten zich nog voor de winter ontwikkelen. Een rijke oogst in de volgende zomer zal de beloning zijn voor dit vakantiewerk!
  • Kies als plantmateriaal alleen de best ontwikkelde uitloperplanten een goede beworteling is voordelig jonge planten mogen beslist niet te hoog of te diep geplant worden!
  • Neem een ruime plantafstand, 40 cm. in het vierkant is het minimale. Het gewas moet voldoende kunnen opdrogen na buien, immers de vruchtrot ligt in ons kikkerlandje steeds op de loer! Een open aanplant voldoet het beste.
  • Pas zelf selektie toe in uw aardbeienkollektie. Als uitgangsmateriaal voor een nieuw veldje de nakomelingen van de best ontwikkelde en rijkstdragende moederplanten nemen.
  • Vernieuw een aardbeiperceel na twee à drie jaar. Er zijn rassen die langer meegaan, maar vaak blijven de vruchten aan oudere planten te klein. Pas ook voldoende vruchtwisseling toe; bijvoorbeeld eerst na tien jaar weer aardbeien op een bepaald stukje grond.
  • Zorg voor een voldoende bemesting. Geen kunstmest, alleen halfverteerde stalmest met veel stroresten. Compost kunt u nooit teveel geven deze bodemverbeteraar maakt een gewas onaantrekkelijk voor plaaginsekten.
  • Doordragende variëteiten planten we in de loop van april. De bloemen die in de loop van het voorjaar verschijnen halen we weg. Deze nieuwe planten mogen in de nazomer pas een eerste oogst geven.
  • Wanneer wij van een plant geen nakomelingen wensen halen we alle uitlopers weg, dit komt de vruchtopbrengst ten goede.
Aldeboarn, 29 mei 1990
Auke R. Kleefstra

bij de illustratie:
1: te diep geplant geeft weinig vruchten
2: te hoog geplant geeft slecht ontwikkelde planten
3: precies goed geplant geeft een rijke oogst aan fijn fruit!
nieuwsbrief nr.3 1990
nieuwsbrief no.3, blz.13