Vruchtdragende
bomen en struiken hebben mij altijd al geboeid, maar de laatste 10 jaar spitst
zich dat vooral toe op de hazel- en walnoten. Een jaar of 20 geleden zijn mijn
eerste hazelnootstruiken en walnootbomen geplant. Maar helaas deden geen van beide
notensoorten het goed. De hazelnoten droegen niet of nauwelijks en de walnootbomen
vertoonden gedurende vele jaren een slechte bladstand, de noten hadden veel schaalgebreken
en de kernen verschrompelden vaak bij het drogen. Waarschijnlijk was ons klimaat
niet warm genoeg. Maar ondertussen leverden de hazelnoten door het opdoen van
meer kennis en het dienovereenkomstig wijzigen van de teelttechniek wel meer succes
op.
Tegelijkertijd werd er
op het proefstation voor de fruitteelt ook een proef met walnoten gestart. Daar
kwam de Broadview voorlopig als beste ras uit naar voren, hetgeen aantoont dat
er toch wel rassen zijn die het in ons klimaat goed doen. Dat bracht mij op de
gedachte om eens binnen de natuurlijke variatie van ons zaailingenbestand te gaan
zoeken. Het was toen net een nat, koel en donker jaar. Een reden temeer om van
deze gelegenheid gebruik te maken, want bomen die het in zo’n slecht jaar goed
doen, doen het onder normale omstandigheden zeer zeker goed. Hetgeen na enig zoeken
resultaat begon op te leveren. Al moet gezegd worden dat de goede bomen niet talrijk
voorkwamen.
Per 100 bomen gemiddeld
1 goede, d.w.z. een boom die de toets der kritiek kan doorstaan wat betekent,
niet vorstgevoelig, geen te vroege bloei, geen last van schimmelziektes op tak
en blad, goede en regelmatige vruchtdracht, dat de noten goed van grootte, gewicht
en smaak zijn en in slechte jaren geen schaalgebreken vertonen. Van deze bomen
heb ik inmiddels via enten nieuwe exemplaren in opkweek, om na een aantal jaren
uiteindelijk te kunnen beoordelen welke de beste zijn. Zoals het mij voorkomt
zitten er ongetwijfeld een aantal goede tussen. De andere soorten kunnen als bestuiver
ook heel interessant zijn om de dracht en vooral de regelmaat van dracht in gunstige
zin te beinvloeden.
Uit het onderzoek blijkt
dat er nog redelijk veel notenbomen voorkomen in de provincie Groningen een kleine
1000 stuks. Drenthe heeft ongeveer 500 stuks. Wat opvalt is, dat de notenbomen
niet regelmatig in aantallen voorkomen, er zijn namelijk gebieden met relatief
veel en gebieden met slechts enkele of geen. Verondersteld mag worden dat het
huidige bestand aan notenbomen goed winterhard is. Want ze hebben allen een aantal
strenge winters doorstaan. Ook kan vermeld worden, dat er in de vorige eeuw veel
meer notenbomen voorkwamen dan tegenwoordig. Via natuurlijke selektie ontstonden
er ook steeds weer bomen die goed tegen ons klimaat bestand waren. Vooral door
het gebruik van inlandse noten als zaaigoed, want die waren al min of meer geselekteerd.
Er werden vaak noten van
bomen met goede eigenschappen gebruikt. Alleen jammer dat men de kunst van het
enten van notenbomen nog niet meester was. Want uit de kwaliteit van de noten
van verschillende oude bomen, ongeveer 150 jaar oud blijkt dat er toen ook al
noten waren die het zonder moeite tegen de huidige noten konden opnemen. In het
huidige bomenbestand kan je wat de gezondheid betreft twee groepen onderscheiden,
bomen van inlandse afkomst, veelal goed gezond en vorstbestendig, en de bomen
afkomstig van import of geimporteerd zaad uit warmere streken.
De eerste groep geeft goede
noten, vrijwel geen gebreken, weinig ziektendruk, variërend van groot tot
klein, vaak een goede dracht. De tweede groep geeft slechte noten, vaak wel van
goede grootte maar met veel gebreken, veelal slechte dracht, allemaal als gevolg
van de grote ziektendruk. Ook is het meerdere keren opgevallen dat jonge bomen,
waarvan de moederboom bekend is, duidelijk betere vrucht- en gezondheidseigenschappen
hebben dan de moederboom. Hieruit blijkt dat het zeker zin heeft om eens een aantal
noten van goede bomen te gaan zaaien om tot betere rassen geschikt voor ons klimaat
te komen. Vandaar het volgende onderwerp. |