Chip-budding of oogenten.

Van ons lid dhr. H. Houtman uit Midden-Beemster, ontvingen wij het volgende interessante artikel:

Inleiding
Bij deze vermeerderingsmethode kunnen ogen op een onderstam worden overgebracht, onafhankelijk van het al of niet “pellen” van de onderstam. Deze methode kan met succes worden toegepast bij pit- en steenvruchten. Het slagingspercentage is doorgaans hoger dan bij oculeren. Bij het aansnijden van het oog is het juist de bedoeling dat een stukje hout wordt meegesneden. Dit in tegenstelling tot oculeren. De cambiumlagen van onderstam en oog worden direkt met elkaar in verbinding gebracht zodat oog en onderstam sneller zullen vergroeien.
Deze methode is ook toe te passen op vaststaande onderstammen wanneer bijvoorbeeld oculaties zijn mislukt of wanneer door oculeren door omstandigheden niet meer mogelijk is.

Enthout
Evenals bij oculeren wordt zoveel mogelijk uitgegaan van scheuten die in het jaar van oogenten zijn gegroeid. Het enthout dient geleverd te worden door de NAK-B.
Het blad wordt tot op een zeer kort stukje bladsteel boven het oog afgesneden. De ogen van de zachte top van de scheut zijn niet te gebruiken, evenals niet goed ontwikkelde ogen (meestal de onderste) en zo op het oog gemengde knoppen (bloemknoppen). In het voorjaar kan alleen hout worden gebruikt dat in de winter is geknipt en in de koelcel is bewaard.

Het aansnijden van de onderstam
De onderstam wordt op een recht gedeelte aangesneden. De enthoogte is 15 cm. boven de grond. In de onderstam wordt een 3 mm. diepe snede gemaakt in neerwaartse richting onder een hoek van ongeveer 20º met de onderstam. Op circa 3 cm. hierboven wordt een tweede aansnijding gemaakt, eveneens in neerwaartse richting tot aan de eerder gemaakte snede. Het stukje bast met het hout is nu gemakkelijk van de onderstam te verwijderen. Op de onderstam is nu een aansnijding te zien die de vorm heeft van een omgekeerde U. Wanneer de aanzet van de tweede aansnijding te ondiep is, ontstaat een A-vorm. Een aansnijding waarbij deze vorm ontstaat moet beslist worden ontraden; het oog past dan niet mooi op de onderstam. Alleen de omgekeerde U-vorm is goed.

Het aansnijden en plaatsen van het oog
Het enthout wordt in principe op exact dezelfde manier aangesneden als de onderstam. Hierdoor past het aangesneden oog precies op de wond van de onderstam. Als de onderstam goed is aangesneden blijft het oog op de lip van de onderstam staan. De snijvlakken van ent en onderstam moeten steeds schoon blijven. Het aangesneden oog mag best iets kleiner zijn dan de wond op de onderstam, maar nooit groter. Het gedeelte dat niet op de wond past vergroeit niet; het verdroogt en er kunnen van bovenaf infecties optreden. De wond aan de basis van het afgesneden oog moet steeds zijn afgedekt door de lip van de onderstam.

Aanbinden
Het aanbinden bij oogenten is een veel secuurder werk dan bij het oculeren met de T-methode. Bij oogenten staat het oog namelijk los op de onderstam, terwijl bij oculeren het oog onder de bast van de onderstam wordt geschoven waardoor het op zijn plaats blijft. Bij oogenten wordt het oog aangebonden met plastic band (Ribonstrip) te beginnen onder de lip. Vervolgens wordt met overlappingen, dus dakpansgewijs, de gehele entplaats van onder naar boven met de plastic strip bedekt. Juist boven en onder het oog trekt men het bindmateriaal iets strakker aan, vooral als met dikke ogen wordt gewerkt. Wanneer de ogen niet in hetzelfde jaar van enten uitlopen moet het gehele oog volledig worden afgedekt met het bindmateriaal. Met het leggen van de windingen op het oog mag het bandje niet te strak worden aangetrokken om breuk van de ogen te voorkomen; vooral als het afstaande ogen zijn. Bij het maken van oogenten in het voorjaar mogen de ogen niet worden afgedekt met het bindmateriaal, omdat ze kort na het oogenten al uitlopen. Het plastic band wordt dan kruisgewijs onder en boven het oog goed sluitend aangebracht om uitdroging van het oog tegen te gaan. Na het dichtbinden moet worden gecontroleerd of de knoop van het plastic bandje niet is losgeschoten.

Verwijderen van het bindmateriaal
Onder normale omstandigheden is het oog na ongeveer vijf weken aan de onderstam vast gegroeid. Naarmate er later in het jaar wordt geoogent, duurt het vergroeiïngsproces langer, doordat de plantactiviteit afneemt. Als het oog goed is vergroeid wordt het plastic bindmateriaal verwijderd omdat het zeer langzaam verteert en daardoor zou kunnen insnoeren. Tijdens het los snijden kan men tevens controleren of de entmethode succes heeft gehad. De plastic strip wordt aan de achterzijde van de entplaats verticaal doorgesneden zonder in de onderstam te snijden. Van de in de nazomer gebonden oogenten wordt het plastic bindmateriaal meestal gelijktijdig verwijderd met het afknippen van de onderstam juist boven het oog in februari/maart. Van de in het voorjaar gebonden oogenten wordt het plastic bindmateriaal verwijderd als de enten goed zijn vergroeid met de onderstam.

Misvatters
Oogenten die mislukt zijn, de zogenaamde misvatters, kunnen worden nageoculeerd of nageënt (ook oogenten) tot uiterlijk half september. Als na half september nog geoogent moet worden dan is het beter om te wachten tot het voorjaar en dan te enten met gekoeld hout dat juist voor de winter is geknipt en in de koelcel in rust is gehouden.

Behandeling van de oogenten in het groeiseizoen
De onderstam met het vergroeide oog wordt op precies dezelfde manier behandeld als geoculeerde onderstammen. Wanneer in april wordt geoogent dan knipt men de onderstam na de vergroeiïng in twee keer terug. Het oog zou anders kunnen verzuipen.

nieuwsbrief nr.6 1991
nieuwsbrief no.6,
blz. 14 - 16