Vruchtboomkanker.

Na schurft is kanker de meest schadelijke ziekte in de appel- en perenteelt. Ook in gangbare boomgaarden komt deze ziekte veelvuldig voor en veroorzaakt ze veel schade. De bestrijding is moeilijk en kost veel tijd. Biologische fruittelers zullen zich vooral moeten richten op het voorkomen van aantasting. Grondig uitsnijden van kankerwonden is één van de belangrijkste maatregelen, maar ook teelt-omstandigheden spelen een rol.

Vruchtboomkanker wordt veroorzaakt door de schimmel Nectria Galligena. De sporen van deze schimmel dringen de boom binnen via verse wondjes zoals bladlittekens, snoeiwonden, hagelbeschadiging en schurftplekken. Vocht en temperatuur en het seizoen spelen een belangrijke rol tijdens het infectieproces. Als er voor de schimmel gunstige omstandigheden zijn, kan ze ten allen tijde appelbomen aantasten. Ook gezonde bomen kunnen dus kanker krijgen.

Vochtig weer
De schimmel vormt twee soorten sporen. In de zomer ontstaan de ongeslachtelijke sporen (de conidia) in kleurloze massa’s op aangetaste plekken. De conidia verspreiden zich via regenwater binnenin de boom. In een seizoen met veel regen tijdens en vlak na de bloei kunnen ook bloesems geïnfecteerd worden. De vruchten krijgen dan Nectria-rot (neusrot en steelrot). Deze vorm van rot kan veel uitval veroorzaken tijdens de bewaring.

Aan het eind van de zomer, of begin van de herfst ontstaan de geslachtelijke sporen (de ascosporen). Deze sporen worden gevormd in rode bolletjes op de kankerplekken. Deze bolletjes lijken op spinteieren, maar zijn bij nader inzien iets groter. Tijdens vochtig weer zwellen de bolletjes op en worden de ascosporen weggeschoten. De ascosporen reizen verder dan de conidia. Zij laten zich met luchtstromen meevoeren. Veel neerslag en een hoge relatieve luchtvochtigheid bevorderen de groei van de schimmel in het hout, én de verspreiding en kieming van de sporen.

Het tijdstip waarop de eerste ascosporen aanwezig zijn hangt af van het begin van de regenperiode in de herfst. Soms zijn ze er begin augustus al. Voor kankerinfectie bleek niet zozeer de hoeveelheid neerslag van belang te zijn, maar de periode dat het hout nat is. Mist werkt dan ook zeer kankerbevorderend. Vatbaarheid van de bomen voor kanker wisselt met het seizoen. Over het algemeen zijn bomen het meest vatbaar in de herfst, het minst in het voorjaar. Maar de groei van de schimmel in de kankerwond staat nooit helemaal stil. Ook al lijkt er in het voorjaar geen uitbreiding van kanker te zijn, toch blijkt de schimmel nog in dieper gelegen houtlagen door te groeien.

Wonden als invalspoort
Verse wonden zijn alleen de eerste paar dagen vatbaar voor infectie. Na ongeveer een week ontstaat een laagje verkurkte cellen over de wond. Daar kan de schimmel niet doorheen groeien. Waarschijnlijk speelt niet alleen deze verkurking een rol, maar ook de vestiging van andere micro- organismen, die kanker remmen en/of tegenwerken. Er zijn proeven gedaan met andere schimmels als biologische bestrijding van kanker, onder andere Trichoderma-soorten. De resultaten waren nog niet bevredigend genoeg.

Vochtig weer
Bij temperaturen beneden de 8°C. treedt geen verkurking op. Wondjes blijven dan lang infecteerbaar. Daarom treden de meeste kankerinfecties op in de maanden november en december. Het is daarom beter pas na december te beginnen met de snoei.

Kanker kan ook via schurftplekken op het hout binnendringen. Een goede schurftbestrijding helpt dus ook tegen kanker. Afgelopen voorjaar trad, vooral bij goudreinette, veel topkanker op. Dit was de agressieve vorm, de vliegende kanker. Deze vorm breidt zich razend snel uit in de richting van de stam. Het is dan ook zaak bij het zien van vliegende kanker direkt te reageren. Snoei de kanker ruim weg onder de infectieplaats tot op het gezonde hout. Vliegende kanker komt ongeveer om de tien jaar in ernstige vorm voor, vooral op goudreinette.

Voorkomen, beter dan genezen
Kanker kan al meekomen vanaf de boomkweker. Helaas zijn dan de symptomen nog niet altijd zichtbaar. Het is daarom van belang bij een betrouwbare boomkweker te bestellen. Als een jonge boom al kanker heeft is een nieuwe boom beter dan oplapwerk. Plant jonge bomen, zo mogelijk, op enige afstand van oude bomen met kanker. Begin aan de Zuid-West kant van de boomgaard met rooien. Loop de jonge bomen de eerste jaren regelmatig na en haal de kankerplekken eruit. De basis voor een gezonde boom legt u in de eerste jaren.

Ook andere boomsoorten zoals de berk, populier en zelfs de meidoorn zijn gevoelig voor kanker. Vooral de populier is erg gevoelig, vandaar dat er in de windsingel meestal elzen staan. Er zijn duidelijke verschillen in vatbaarheid tussen de verschillende appelrassen. Dit uit zich pas op latere leeftijd, als de vegetatieve groei minder is. Sterk groeiende delen aan oudere bomen zijn net zo gevoelig als jonge bomen.

kankersporen die bij vochtig weer openspringen. (vergroot)

De schade is alleen minder zichtbaar door de grotere boomkroon. Kankergevoelig is de Cox d’Orange Pippin.
Laxton Superb en Lombarts Calville zijn weinig kankergevoelig.

Grondsoort belangrijk
Bomen, die staan op gronden met een slechte struktuur, zijn zeer kankergevoelig. Dit zie je bijvoorbeeld op gronden die slempgevoelig zijn, licht, kalkarm of een laag organisch stofgehalte hebben of als er storende lagen zijn. Ook op gronden met een wisselende grondwaterstand komt meer kanker voor. Een goede drainage is heel belangrijk. Stikstofrijkdom werkt kankerbevorderend. Door de sterkere vegetatieve groei neemt de gevoeligheid toe. Dit hangt waarschijnlijk samen met het ontstaan van scheurtjes en wondjes in de oksels van de takken waardoor de schimmel meer kansen krijgt. De bladval van stikstofrijke bomen is ook later dan die van stikstofarme. De wondjes sluiten daardoor langzamer af en blijven langer infecteerbaar.

Uitsnijden en verwijderen
De beste maatregel tegen kanker is het volledig verwijderen van het geïnfecteerde materiaal. Het uitsnijden van de wonden moet gebeuren tot op het gezonde hout. De wonden daarna insmeren met een wondafdekmiddel. Kanker kan op snoeimateriaal op de grond verder leven. Er vindt op de grond zelfs een sterkere ascosporen-vorming plaats dan op de levende boom. Verwijder dus het hout. Bij een ernstige aantasting is het beter het snoeihout niet te versnipperen maar te verbranden. Vruchten met nectriarot moet u ook weghalen en vernietigen, omdat de gemummificeerde overblijfselen grote hoeveelheden conidia kunnen verspreiden in het volgende voorjaar. Verwijder rot fruit uit de opslag en houd het ver van de boomgaard. Gooi het ook niet op de komposthoop.

Wondafdekmiddelen
Na het uitsnijden of uitfrezen van de kankers is het verstandig deze af te dekken met een wondpasta. De pasta wordt op de schoongemaakte wond gesmeerd en bescherrnt deze tegen regen en infecties en bevordert bovendien het overgroeien. De meeste wondpasta’s bevatten een fungicide. Er is er slechts één waaraan dit niet is toegevoegd. Dat is Dendrosan, een poreuze, elastische kunststof, smeerbaar tot -2°C. Dendrosan is te koop bij de firma International Tree Service (ITS). Daar is ook Dendrosan-plus te koop; daar zitten echter nogal wat fungiciden in (ziram 33%, thiram 12% en carbendazim 3%). Gangbaar worden de pasta’s Bavistin (1,5% carbendazirn) en Topsin-M (3% thiofanaat-methyl) gebruikt.

Het is moeilijk de kanker er zo goed uit te snijden dan alle schimmeldraden weg zijn. Als er maar iets van de schimmel achter blijft zal zij verder groeien, ook onder een wondpasta. Daarom worden gangbaar altijd wondpasta’s met fungiciden gebruikt. Binnen de alternatieve fruitteelt is nog een discussie gaande over het gebruik van deze wondpasta’s. In het najaar als de infectiekansen het grootst zijn kan de uitbreiding beperkt worden door het gebruik van een wondontsmettingsmiddel. Hierin zitten stoffen die de sporen doden. De infectiedruk vermindert sterk. Kankers moeten worden behandeld met een wondontsmettingsmiddel, zo snel mogelijk na de pluk en in een zo kort mogelijke tijd. Dit is geen volledige wondbehandeling, maar het voorkomt nieuwe infecties.

Later in het seizoen moeten de kankers dan alsnog uitgesneden of gefreesd worden. Behandel ze daarna met een wondpasta. Als wondontsmettingsmiddelen zijn vruchtboomcarbolineum en middelen op basis van kopernaftanaat in de omloop. Op biologische bedrijven is het voorkomen van kanker heel belangrijk. Na aantasting is goed uitsnijden of uitfrezen van kanker pure noodzaak. Welke middelen voor de pleksgewijze behandeling van de wonden gebruikt kunnen worden is nog de vraag. Vast staat in elk geval dat kanker nimmer aflatende aandacht nodig heeft.

Gerjan Brouwer.

goed uitgesneden kankerplekken die krachtig overgroeien.

nieuwsbrief nr.6 1991
nieuwsbrief no.6,
blz. 17