Op 1,2,3
en 4 november 1990 werd in Savigny-Le-Temple, ± 40 kilometer te zuidoosten
van Parijs, voor de derde achtereen volgende keer een internationale fruittentoonstelling
georganiseerd. Na Montbéliard (Frankrijk-1988) en Diepenbeek (België-1989)
fungeerde Frankrijk opnieuw als gastland. De organisatie van deze manifestatie
was in handen van Les Croqueurs de Pommes (Franse Pomologische Vereniging) en
het Ecomusèe, een tot expositieruimte omgebouwde franse boerderij.
Landen die dit jaar vertegenwoordigd
waren, zijn:
België (Nationale Boomgaard Stichting)
Duitsland (initiatiefnemers Duitse Pomologische Organisatie)
Nederland (Noordelijke Pomologische Vereniging)
Frankrijk (les Croqueurs de Pommes; Fruits Oubliés; en
andere regionale verenigingen).
De Engelse presentatie werd op het laatste moment afgezegd wegens ziekte.
In totaal waren er zo’n
2000 verschillende fruitrassen te bewonderen. Het overgrote deel hiervan, u dacht
het al, waren appelvariëteiten. Vooral de franse verenigingen hadden hun
best gedaan om zoveel mogelijk streekrassen te laten zien. Veel van deze locale
appelvariëteiten hebben hun eigen bestemming. Met name de ciderproductie vergt
een grote hoeveelheid fruit.
In mindere mate waren de
peren vertegenwoordigd. Toch slaagden onze Belgische vrienden erin zo’n zeventig
specifieke rassen te tonen aan het publiek. Na afloop van de expositie werden
deze in genoeglijk gezelschap nog beoordeeld op hun smaak.
Andere vruchten die te zien
waren: kweepeer, mispel, pruimen (in glas), peerlijsterbes, hazelaar, walnoot
en tamme kastanje alsmede de tropische kaki of dadelpruim (Diospyros kaki).
Onze Duitse collega’s hadden
een aardige collectie walnoten, selecties van het proefstation van Geisenheim,
meegebracht. In het oog springend was de bloedrood gekleurde peer: Starkrimson.
Het Verenigde Duitsland toonde ook nieuwe selecties van het proefstation Pillnitz,
zoals Pinova en Pilot. Deze laatste Oostduitse aanwinsten mogen nu de west europese
markt veroveren.
Onze Vereniging was aanwezig
met Noordelijke Oogappels, een collectie van zo’n zeventig rassen, vijftig appel
en twintig peren die karakteristiek zijn voor onze streken. Moderne rassen zoals
Elstar, Karmijn de Sonnaville, maar ook de Notarisappel, Zoete Kroon en Oranjepeer.
Net name de gigantische Witte Paradijs en de Oranjepeer vielen bij het publiek
in de smaak; dit zijn onze oogappels. De Notarisappel werd geprezen vanwege haar
geur die door de Fransen als “comme une fleur ” (bloemengeur) werd omschreven.
Delen van de Nederlandse inzending hebben een nog grotere reis gemaakt. Na afloop
van Europomme 1990 zijn ze meegegaan naar een tentoonstelling in Zuidwest-Frankrijk.
Ook daar wilde men wel eens genieten van fruit uit de Lage Landen.
In de avonduren, na het
nogal late diner, was er nog wat gelegenheid om zelf enige actie te ondernemen.
Uit deze "europese samenzwering" is voortgekomen dat we als pomologen
onderling meer contacten gaan onderhouden. Tevens willen we informatie en literatuur
uitwisselen. Tenslotte spraken we af ingangen te zoeken richting de nog niet deelnemende
landen in Noord- , Oost- en Zuid-Europa. Bij een volgend treffen hopen we ook
hen erbij te hebben.
Vermelding moet nog worden
gemaakt van het optreden van het Genootschap der Ciderridders. Enkele mensen die
zich voor de Franse pomologie verdienstelijk hebben gemaakt werden tijdens een
plechtige ceremonie in de Orde der Ciderridders verheven.
Langs deze weg willen wij
onze Franse vrienden en fruitcollega's nogmaals danken voor de genoten gastvrijheid,
kost en inwoning. Wie weet kunnen we over enkele jaren een tegenbezoek tegemoet
zien....
Auke R. Kleefstra.
|