Hoe raakt de fruitteelt van het schurftprobleem af?

Schurftige appels, ééns de garantie voor onbespoten fruit, nu hoef je er niet meer mee aan te komen. De consument wil een gave appel én aan de maat. De eko- of b.d. fruitteler heeft de keus, of consessies doen aan de alternatieve principes, of je boterham met iets anders verdienen. EKO-land begint aan een serie fruitartikelen. Het grootste probleem, de schurft, bijt de spits af. Schurft wordt wel gezien als de ernstigste ziekte die op kan treden bij appel en peer. In de gangbare fruitteelt is zij goed te bestrijden met synthetische middelen, in de alternatieve fruitteelt ligt dat niet zo simpel. Alle in Nederland geteelde appel- en pererassen zijn helaas vatbaar voor deze ziekte, hoewel het ene ras wel gevoeliger is dan het andere. De schade die, onder voor de ziekte gunstige omstandigheden, op kan treden kan catastrofaal zijn. In de zomer van 1983 viel, in sommige ernstig aangetaste boomgaarden, het blad vroegtijdig af. De vruchten waren nauwelijks iets waard. Hieronder zal eerst de biologie van de schimmel behandeld worden, daarna volgen enkele onderzoeksresultaten die mogelijk kunnen leiden in de richting van goed, alternatief fruit.

BIOLOGIE

De schimmel overwintert op het afgevallen blad of in het geval van peer ook op de takken. In het voorjaar (eind maart - begin juni) komen de wintersporen vrij. Deze wintersporen kunnen afstanden van vele kilometers door de lucht afleggen. Er ontstaan, bij aantasting, dofzwarte vlekjes op de bovenzijde (appel) of onderzijde (peer) van het blad. Ook kunnen er vlekken op de vruchten ontstaan, die uitgroeien tot onregelmatig verkurkte en gebarsten plekken. Naast blad en vrucht kan bij peer ook het hout aangetast worden, er ontstaan blazen op de takken. Gedurende de zomer kan het fruit geïnfecteerd worden tot aan de pluk. Bij late infectie vertonen de vruchten pas tijdens het bewaren kleine zwarte plekjes (bewaarschurft). Elke boomsoort heeft zijn specifieke schurftsoort, besmetting kan niet over en weer plaats vinden. Een appel kan dus geen peer infecteren!

HET PROBLEEM

Na de natte voorjaren van de afgelopen 2 jaar was schurft nogal een probleem geworden op veel alternatieve fruitteeltbedrijven. In de biologisch- dynamische fruitteelt mag, bij de bestrijding van schurft, gebruik worden gemaakt van zwavel. Dit is in de eko-fruitteelt niet toegestaan vanwege de nevenwerking op nuttige insekten. Zwavel blijkt echter onvoldoende te werken bij lage temperatuur, daarom is in de b.d. fruitteelt ontheffing verleend voor het gebruik van captan, een synthetisch bestrijdingsmiddel. Voor de eko-fruitteelt was dit middel al officieel opgenomen in de teeltrichtlijnen. Echter onder een aantal strenge voorwaarden. Deze voorwaarden zijn:

  • alleen op appel en peer, omdat hier het probleem het grootst is,
  • niet op bomen op een afstand van minder dan 10 mtr. van open water i.v.m. de vissen,
  • niet na 1 juli i.v.m. residu,
  • maximaal 3x spuiten.

Captan is onschadelijk voor bijen parasieten en roofmijten maar zeer giftig voor vissen. Het middel werkt voornamelijk preventief, terwijl het in de eko-fruitteelt vaak pas gebruikt werd als de infectie al had plaats gevonden. Er wordt naarstig gezocht naar andere mogelijkheden schurft te voorkomen of te bestrijden. Hieronder volgen in het kort de mogelijkheden van resistentie, milieu omstandigheden en vermindering van infectiedruk.

MOGELIJKE OPLOSSINGEN VOOR HET PROBLEEM RESISTENTIE

Op het proefstation voor de fruitteelt in Wilhelminadorp zijn diverse schurftresistente rassen uit Amerika op hun ekonomische bruikbaarheid getoetst. De rassen Prima en Priscilla zijn de enig overgeblevenen. Ze moeten nog nader onderzocht worden. Ondanks dat hebben enkele biologisch-dynamische fruittelers de gok gewaagd en zijn ze ertoe overgegaan deze rassen deze winter aan te planten. Op het Instituut Veredeling Tuinbouwgewassen zijn kruisingen gemaakt tussen Elstar en Prima, deze lijken heel aardig. Zij zullen dan ook getoetst worden in Wilhelminadorp, evenals nieuwe rassen van elders. De vraag is overigens waarop de resistentie berust. Is dat op slechts een kleine erfelijke verandering, dan is de kans dat de schimmel de resistentie doorbreekt vrij groot. Er is uit Duitsland al bericht over het optreden van schurft op enkele schurftresistente rassen, waaronder Prima.

Als resistentie berust op meerdere eigenschappen is de kans op aanpassing van de schurft veel kleiner. Dit is meestal het geval bij oude, weinig schurftgevoelige rassen. In een schema zijn de eigenschappen van Prima en Priscilla opgenomen. Er blijkt uit dat alle teeltproblemen nog niet opgelost zijn als Prima en Priscilla de schurft weerstaan. Ze zijn erg gevoelig voor kanker en meeldauw en bewaren niet langer dan december. Bovendien is de smaak matig tot redelijk goed, maar over smaak valt niet te twisten.

MILIEU OMSTANDIGHEDEN

Behalve door erfelijke eigenschappen wordt de vatbaarheid van een boom voor schurft door het milieu bepaald. Wie regelmatig onbespoten bomen bekijkt zal weten welke grote verschillen er te zien zijn aan schurftaantasting tussen bomen van één ras. Verschillen die niet te verklaren zijn uit infectiedruk. Een plant heeft 2 mogelijkheden om aantastingen te voorkomen, een aktief en een passief mechanisme. Het aktieve mechanisme houdt in, dat de plant bepaalde stoffen kan produceren die giftig zijn voor de aantaster. Dit is bij schurft niet het geval voor zover bekend is. Bij het passieve systeem is o.a. de opbouw van het planteweefsel en de samenstelling van de sapstroom heel belangrijk. Het is gebleken dat plantesap met een hoge concentratie suikers en aminozuren aantrekkelijk is voor parasieten, zowel schimmels als insekten. De concentratie van suikers en aminozuren wordt behalve door raseigenschappen ook beïnvloed door o.m. de onderstam, bemesting, bodembewerking, bestrijdingsmiddelen en temperatuurverloop. Krijgt de boom a.h.w. een schok te verwerken door b.v. plotselinge beschikbaarheid van een grote hoeveelheid stikstof, sterk snoeien van de wortels biij bodembewerking of een plotselinge temperatuursverandering, dan wordt de concentratie aan oplosbare aminozuren in de sapstroom verhoogd. Ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen zou zo’ n schokeffekt kunnen veroorzaken. Misschien liggen hier mogelijkheden voor de biologische teelt! Ten aanzien van de stikstofbemesting is gebleken dat een hoge bemesting de boom gevoeliger maakt voor schurft.

VERMINDERING INFECTIEDRUK

Hier liggen direkte mogelijkheden voor de alternatieve fruitteelt. De overwintering van de schimmel gebeurt op het gevallen blad. Zorg je nu dat daarom zo min mogelijk aanwezig is door een snelle vertering, dan is een belangrijke infectiebron opgeruimd. Een mogelijkheid hiertoe is het gebruik van oppervlaktecompostering. Bekalken en/of gier (evt. drijfmest) over het blad uitrijden bevordert de vertering van het blad. Regenwormen in de bodem zijn hierbij ook zeer behulpzaam. Als in de buurt verwaarloosde met schurft besmette boomgaarden aanwezig zijn heeft deze grote schoonmaak niet zoveel zin, de sporen komen dan in het voorjaar wel weer aanwaaien. Tijdens de teelt is het openhouden van de bomen heel belangrijk. Dit is te bereiken door een open snoei, evt. een extra zomersnoei, én een ruime plantafstand. De bladeren drogen dan na regen sneller op en de schimmel heeft minder kans zich uit te breiden. Bij peren dient zich als extra mogelijkheid het wegsnoeien van aangetast hout aan.

Joke van der Ban/Gerjan Brodwer.

Bovenstaand artikel geschreven door Joke van der Ban en Gerjan Brouwer werd door de redactie overgenomen uit het blad Ekoland. Zowel voor onze leden die proberen op biologische wijze hun fruit te kweken als voor hen die andere methoden toepassen een goed en bruikbaar artikel.
Onze hartelijke dank aan de schrijvers en aan de redactie van Ekoland.

nieuwsbrief nr.7 1991
nieuwsbrief no.7,
blz. 3 - 5