Hard en zachtfruit.

Begrippen in de fruitteelt die men vaak verkeerd opvat. Men denkt hardfruit is niet rijp of een stoofpeer. En zachtfruit is rijp, kan men eten en is niet meer te bewaren.
Toch is deze veronderstelling niet juist.
Voorbeeld: een zachte peer is wel degelijk hardfruit en sommige rijpe druiven kan men best ongeveer 6 mnd. bewaren (cel). Nee het verschil zit in het moment van plukrijpheid en eetrijpheid van het fruit. Vallen deze twee rijpheden samen dan noemt men het zachtfruit. Zit hier een spanne tijd tussen deze twee rijpheden dan noemt men het hardfruit. b.v. appels: tussen plukrijp en eetrijp bij een vroege appel zitten enige dagen en bij bewaarfruit enige maanden. Beiden zijn dus hardfruit, zo ook bij peren, frambozen, bessen, pruimen, druiven enz. zijn op het moment van plukken ook tegelijk eetrijp; dit noemt men zachtfruit.

Nu nog even de diverse vormen van rijpheid:

  1. Noodrijp te vroeg geplukt, komt niet goed op smaak en geur.
  2. Plukrijp tijd om te oogsten.
  3. Eetrijp tijd om te eten.
  4. Overrijp te lang bewaard.
Bewaren doet men in de periode tussen pluk en eetrijp in. De smaak en reuk komt dan maximaal tot zijn recht.
nieuwsbrief nr.8 1991
nieuwsbrief no.8,
blz. 25