| Van
de kiwi, de sinaasappel, de Mango en de banaan kun je het weten, als je tenminste
interesse hebt voor zulke dingen: dat ze zoals ze hier smaken geen vergelijk zijn
met hoe Onze-Lieve- Heer ze bedoeld heeft. 'Afrijpen' doet onrijp geplukt fruit
alleen in schijn, en dat is precies waarvan je zeker kunt zijn, dat het onrijp
is geplukt. Als je niet geweest bent waar het vandaan komt, zul je ook nooit weten
hoe de smaak kan zijn. Juist daarom is het nog raarder dat zelfs het fruit van
een hier algemeen inheems groeiende boom, dat derhalve in de volle glorie van
zijn rijpe smaak verkrijgbaar zou kunnen zijn, doorgaans niet meer dan de sensatie
biedt die ik eens beschreven zag als een mondvol "sokkenwol" en "de smaak van
een uitgezogen waterijsje". En dan gaat het maar, héél dood- en doodgewoon, over
de appel.
Noem een paar oude namen:
de Sterappel, of het Zijden Hemdje, of de Notarisappel, of de Zigeunerin, of
de Schone van Boskoop, of de Perzikrode Zomerappel en een heel gezelschap
zal met je mee in snikken uitbarsten, zelfs indien alleen maar grootgebracht op
de zure, rauwe appel die Granny Smith heet. Die is, heb ik me net laten
vertellen, trouwens in het land van herkomst - Zuid- Amerika - niet om zó te eten,
maar wordt er als een 'bakappel' beschouwd. Zelfs dat onderscheid, tussen een
zure appel en een zoete appel, en tussen een handappel, een moesappel of een stoofappel,
is hier zoekgemaakt. Van de Conférenceperen had ik het onthouden, dat hij
een week moet liggen wil hij lekker zijn; een kok had het me zo autoritair onderwezen
dat ik die kennis voorlopig niet meer kwijtraak. Hetzelfde geldt voor appels -
ze moeten narijpen of 'besterven' - maar dat hoor ik nu pas. Er zou iets voor
te zeggen zijn om zulke kennis net zo fundamenteel te vinden als rekenen en taal,
en de beginselen op de lagere school te onderwijzen.
Als dàt zou kunnen dan kan
er een vol lesprogramma aan nog meer algemene ontwikkeling bij. Bijvoorbeeld dat
je bij appels net als met aardappelen te maken hebt met vroege soorten die je
niet, en late soorten die je wél kunt bewaren. Dat wil zeggen, gekoeld
bewaren, en dat wil weer zeggen dat je ze niet moet kopen ais ze drie weken op
een warmeplaats in een winkel hebben gelegen. Sinds we de groenteboeren naar de
verdommenis hebben laten gaan, en de supermarkt alleen nog ongeschoolde vakkenvuliers
in dienst heeft die zonder enig plezier hun arbeid verrichten, is alle appelkennis
zo goed als weggevaagd. Dat verklaart gedeeltelijk die smaak van sokkenwoi. Als
de onbe-spoten appels van de ecologische winkel niks appetijtelijker smaken dan
van elders, hoeft dat trouwens niet aan het ras of de onbespotenheid te liggen,
maar kan onverschillige behandeling de oorzaak zijn.
De Beemsterpolder, in de
zeventiende eeuw drooggelegd, is als uniek cultuurlandschap door Europa tot beschermd
erfgoed verklaard. Eens was het de moestuin van Amsterdam, en als stedeling heb
je nog steeds alle reden om je er te verkwikken. Er groeien nog altijd Franse
Wijnperen in de bermen, een staaltje van zeventiendeeeuws sociaal beleid,
bedoeld opdat arme mensen wat ooft zouden hebben. Uiteraard kom je met appels
thuis, want overal aan de weg wordt aan particulieren verkocht. Dat ziet er idyllischer
uit dan het vermoede lijk is, de harde werkelijkheid erachter kan zijn dat de
lage prijzen wreed concurreren met die van de buren en/of de professionele telers.
En appels, dat leert het koelingverhaal, moet je niet zomaar bij de weg leggen.
Kwaliteit, alweer en alweer,
heeft met prijs te maken. Voor het militantisme van José Bové tegen de 'malbouffe',
het slechte vreten, ligt ook vruchtbare grond in de Beemster. De prijzen
die supermarkten betalen voor de Elstars en de Jonagolds zijn gewetenloos. De
inkoper weet dat God ziet dat hij een kwartje geeft voor wat een gulden zou moeten
kosten, maar bidt voor zijn aandelen. Voor het geld dat appels op de 'vrije markt'
opbrengen (met peren gaat het wat beter, omdat ze schaarser zijn), kan niet eens
deskundig geplukt worden. Te vroeg geplukt worden appels wel meliger maar niet
rijper, plukrijp is nog niet eetrijp. Misschien zeg ik het gechargeerder dan hun
bedoeling is, maar in de Beemster is een groep van twintig voedselproducenten
zich aan het bewapenen. |
Met
huisverkoop moet je oppassen dat je niet het wiel opnieuw gaat zitten uitvinden,
maar het is wel een manier om aan het publiek duidelijk te maken dat je iets beters
levert dan er 'gangbaar' te koop is. Wie het logo 'Beemster Lusthof voert - een
officieel bord aan de weg -garandeert daar- mee een duurzame teelt. Er zijn groente-
en zuivelbedrijven, akkerbouwers, vlees-koeienfokkers, bloembollenkwekers en fruittelers
bij aangesloten. Ze verkopen eikaars gewaarborgde producten, ze spreken met elkaar
hun prijzen af, en ze willen eendracht bij de verdeling van plattelandsvernieuwingssubsidies.
Vera van Berge is een van de initiatiefneemsters. Op haar eigen fruitteeltbedrijf
worden de inkomsten aangevuld door zoveel mogelijk direct te verkopen in een propere
winkel-aan-huis; dat lukt omdat er in de boomgaarden veel bijzonders staat dat
je niet in winkels vindt, waar onder stevigblijvende maar toch sappige stoofappels
- Dijkmans Zoet en Oranje Zoet - of de smakelijke stoofpeer Saint Rémy.
Wie het nog het best begrijpen dat ook dit cultureel erfgoed is, zijn de allochtonen
en de voormalige rijksgenoten, maar de boodschap komt ook over bij iederéén
die eenmaal wat Rubinette heeft gekocht. Voor het appelsap dat 'Eerlijk en Heerlijk
Van Berge' laat persen van eigen teelt, geldt hezelfde. Zulk niet-gangbaar appelsap
is een openbaring voor wie appelsap niet anders meer kent dan uit pakken met aangelengd
bevroren concentraat.
Door houtopslag te laten
verwilderen zijn de insecten en vlinders en muizen en valken terug in de boomgaarden
van Van Berge. Kwaliteit van voedsel staat in direct verband met landschaps- en
bodembeheer, misschien wordt dat wel op de basisschool onderwezen? Dit front vecht
ook een (biologisch gekwalificeerd) fruitproject in de Betuwe Hoogstamfruit
Rivierenland. Het project is opgezet om hoogstamboomgaarden voor verwaarlozing
te behoeden. Daarvoor willen gemeenten en provincie heel graag subsidies gaan
toekennen, maar je houdt het in stand houden van tweeduizend hectare boomgaard
niet vol als je alleen met vrijwilligers werkt. Er moet verloren gegane deskundigheid
bijeen gebracht worden. Bij een vruchtboom hangt alles met alles samen om hem
gezond te houden, snoei, bloei én hem laten produceren. Wat projectleider Karel
Beckers tot stand probeert te brengen namens de Stichting Milieu en Ondernemen,
is om hoogstamboomgaarden ook iets op te laten leveren, zodat er een bescheiden
werkgelegenheid mee wordt gecreëerd. Als deelnemers aan Hoogstamfruit Rivierenland
staan vooral nieuwe eigenaars van de hoogstamboomgaarden in de rij. Voor het merendeel
zijn het particulieren die een zestigjarige hoogstamboomgaard bij hun Saksische
boerderij hebben, zijn het lastigst, zegt Karel Beckers, om bij de les te houden.
Ze kunnen zich, als automatiseerder of beleidsmedewerker of wat anders belangrijks
op kantoor, er wel op beroemen dat ze zulke geweldige managers zijn. Maar zie
die maar eens zo ver te krijgen dat ze, éénmaal beloofd hebbend om hun fruit zelf
te plukken en af te leveren bij het sorteerbedrijf, ze zich ook serieus moeten
houden aan de afspraken. Het is de boterham van de sorteerder en die wordt goed
kwaad als de kisten fruit ergens zorgeloos, ongekoeld, zijn neergekwakt, als er
slordig is geplukt, of als het verwerkingsfruit dat bestemd is voor het sapbedrijf
gedeeltelijk rot is. Aan de afname kant gaat het eigenlijk wel voorspoedig. Groothandels
hebben belangstelling, ze hebben een liefhebbersmarkt aangeboord voor bijzondere
appelrassen. Het is een voorwaarde voor het project dat de prijs eerlijk blijft.
Hebben we soms nog niet genoeg kunnen zien, wat er van de landbouw overblijft
als je alleen de markt zijn werk laat doen?
Diny Schouten
(Vrij Nederland 2 september 2000).

Karel
en Ria Beckers in hun hoogstamboomgaard. |